
WBSO of innovatiebox: kostenvoordeel nu of 9% belasting op winst?

De WBSO verlaagt de fiscale lasten tijdens eigen speur- en ontwikkelingswerk (S&O): voor een werkgever via de loonheffing en voor een kwalificerende zelfstandige via een aftrek in de inkomstenbelasting. Voor winst uit zelf ontwikkelde immateriële activa van een vennootschapsbelastingplichtige onderneming vermeldt de Miljoenennota een effectief innovatieboxtarief van 9%.
Een bv kan beide regelingen gebruiken voor hetzelfde ontwikkeltraject: WBSO tijdens het eigen S&O en mogelijk de innovatiebox wanneer het daaruit ontstane activum kwalificerende winst oplevert. De S&O-verklaring vormt de verbinding, maar de rechtsvorm, de herkomst van het activum en de nog in te lopen ontwikkelkosten bepalen of ook het latere winstvoordeel bereikbaar is.
Wanneer levert de WBSO voordeel op?
De WBSO sluit aan op werkzaamheden, ook wanneer een project nog geen omzet of winst oplevert. Een werkgever berekent de afdrachtvermindering over S&O-loon plus een forfait of opgegeven werkelijke kosten en uitgaven. Een zelfstandige zonder personeel krijgt onder de voorwaarden van de regeling een vaste aftrek van de fiscale winst; dat aftrekbedrag is niet gelijk aan de uiteindelijke besparing op inkomstenbelasting.
Volgens RVO’s overzicht van het WBSO-voordeel bedraagt het tarief voor werkgevers in 2026 36% over de eerste € 391.020 aan S&O-grondslag en 16% over het meerdere; voor starters geldt 50% in de eerste schijf en voor zelfstandigen bedraagt de S&O-aftrek € 15.979. Wie voor het eerst WBSO gebruikt, rekent bij werknemers met een forfaitair S&O-uurloon van € 29. Bij de forfaitaire keuze voor overige kosten en uitgaven geldt € 10 per S&O-uur voor de eerste 1.800 uren en daarna € 4 per uur.
De RVO-voorwaarden voor S&O vragen om eigen ontwikkeling van een product, productieproces of programmatuur, of om technisch-wetenschappelijk onderzoek; een zelfstandige moet bovendien per kalenderjaar minstens 1.225 ondernemingsuren en 500 S&O-uren realiseren. De aanvraag betreft toekomstige werkzaamheden. Dat onderscheid is relevant bij een bestaand product: verkoop of gewone toepassing ervan schept op zichzelf geen nieuw kwalificerend ontwikkelproject.
Wanneer komt winst in de innovatiebox?
De innovatiebox hoort bij de vennootschapsbelasting. Voor een eenmanszaak die haar ondernemingswinst in de inkomstenbelasting aangeeft, is zij daarom geen tweede voordeel naast de S&O-aftrek. Bij een bv gaat het evenmin om alle winst uit een nieuw product: de voordelen moeten aan een kwalificerend immaterieel activum kunnen worden toegerekend.
Volgens de voorwaarden voor immateriële activa moet de onderneming het activum door eigen S&O voor eigen rekening en risico hebben voortgebracht en voor dat werk een S&O-verklaring hebben gekregen. Voor grotere belastingplichtigen is daarnaast een aanvullende kwalificatie nodig, bijvoorbeeld programmatuur of een octrooi. Eigendom van een gekocht activum alleen volstaat niet; ontstaat door eigen doorontwikkeling een nieuw activum, dan kunnen uitsluitend de voordelen van dat nieuwe activum meetellen.
Ook bij een passend activum begint het lagere tarief pas boven een drempel. De uitleg van de boxdrempel rekent eerst de nog in te lopen voortbrengingskosten en de voortbrengingskosten van het boekjaar tegen de voordelen; niet ingelopen innovatieverliezen verhogen die drempel. Blijven de voordelen eronder, dan schuift het resterende kostensaldo door naar een volgend boekjaar. Een winstgevende lancering levert dus niet automatisch meteen innovatieboxvoordeel op.
Beslisboom: rechtsvorm, werk en winst
- Welke belasting betaalt de onderneming? Bij winst in de inkomstenbelasting kan een kwalificerende zelfstandige de S&O-aftrek gebruiken, maar de innovatiebox niet. Een vennootschapsbelastingplichtige onderneming kan beide regelingen beoordelen.
- Is er eigen kwalificerend S&O? Dan kan WBSO al tijdens de ontwikkeling voordeel geven. Met werknemers gaat het om een vermindering van af te dragen loonheffing; voor de zelfstandige om een aftrek in de inkomstenbelasting.
- Levert dat werk een eigen immaterieel activum op? Voor een latere innovatieboxbeoordeling zijn de S&O-verklaring en de ontwikkeling voor eigen rekening en risico van belang. De verklaring alleen maakt niet alle productomzet tot kwalificerende winst.
- Welke voordelen blijven over na de drempel? Alleen aan het kwalificerende activum toerekenbare voordelen boven de in te lopen kosten kunnen het lagere effectieve tarief bereiken.
De regelingen gebruiken daarmee verschillende grondslagen en momenten. De WBSO-berekening begint bij S&O-uren, loon en ontwikkelkosten. De innovatieboxberekening begint bij de voordelen van het voortgebrachte activum, nadat de relevante kosten zijn ingelopen.
Twee voorwaardelijke berekeningen
Eenmanszaak tijdens ontwikkeling. Stel dat een zelfstandige in een kalenderjaar 1.800 uur aan de onderneming werkt, waarvan 600 uur aan goedgekeurd S&O. Bij een fiscale winst van € 45.000 vóór de S&O-aftrek en volledige toepassing van die aftrek resteert in dit vereenvoudigde voorbeeld € 29.021: € 45.000 min € 15.979. De aftrek verlaagt de belastbare winst; hoeveel inkomstenbelasting dat bespaart, hangt van de overige aangifte af. Komt uit het werk later een winstgevend product voort, dan kan deze eenmanszaak die winst nog steeds niet in de innovatiebox plaatsen.
Bv met ontwikkelwerk en latere opbrengst. Stel dat een niet-startende bv voor het eerst WBSO gebruikt en haar werknemers 1.500 goedgekeurde S&O-uren maken. Bij € 29 forfaitair uurloon is het S&O-loon € 43.500. Kiest de bv ook het kostenforfait, dan komt daar € 15.000 bij: de grondslag is € 58.500 en 36% daarvan is € 21.060 aan berekende afdrachtvermindering. De verrekening via de loonheffing volgt de S&O-verklaring en de gerealiseerde werkzaamheden.
Stel vervolgens dat hetzelfde zelf voortgebrachte activum in een later boekjaar € 200.000 aan toegerekende voordelen oplevert, terwijl € 60.000 aan voortbrengingskosten nog moet worden ingelopen en er geen andere drempelverhoging is. Dan ligt in dit vereenvoudigde voorbeeld € 140.000 boven de drempel; 9% daarvan is € 12.600 als illustratie van het effectieve tarief op dat kwalificerende deel. De totale aanslag vennootschapsbelasting hangt ook af van de overige fiscale winst. Het eerdere WBSO-bedrag wordt niet van deze innovatiewinst afgetrokken: het voordeel tijdens de ontwikkeling en de heffing over latere winst hebben elk hun eigen berekening.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


Crowdcube of Republic Europe: 2,5% is pas het begin van het risico

Startlening of Cofinanciering: 3% rente of €50.000 extra?

EIC Accelerator of Eurostars: solo opschalen of samen R&D doen?

STAK of aandelenopties: controle houden verschuift de belasting niet vanzelf

Thuiswerken over de grens: 25% en 50% betekenen iets anders
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.