
Eenmanszaak of bv: €58.000 loon maakt winst niet de enige grens

Voor de keuze tussen een eenmanszaak en een bv bestaat geen winstbedrag dat voor iedere ondernemer de doorslag geeft. Voor een werkende directeur-grootaandeelhouder geldt volgens de Belastingdienst als uitgangspunt €58.000 gebruikelijk loon in 2026. Het loon voor vergelijkbaar werk of dat van de best betaalde werknemer kan de norm verhogen; een lager loon moet aannemelijk worden gemaakt.
Een eenmanszaak past vaak bij iemand die alleen onderneemt, de opbrengst grotendeels privé nodig heeft en beperkte zakelijke risico’s loopt. Een bv kan eerder passen als grote verplichtingen, investeerders of een latere verkoop een rol spelen. De KVK-vergelijking van beide rechtsvormen beschrijft het verschil in privéaansprakelijkheid, eigendom, oprichting en administratie.
De belasting hangt af van wat er met de winst gebeurt
Bij een eenmanszaak wordt de ondernemingswinst bij de eigenaar belast in de inkomstenbelasting. Een privéopname verandert die jaarwinst op zichzelf niet: geld op de zakelijke rekening laten staan stelt de heffing over de winst dus niet uit. De uiteindelijke belasting hangt ook af van ander inkomen, aftrekposten en heffingskortingen.
De zelfstandigenaftrek kan de belastbare winst verlagen, maar geldt niet automatisch voor iedere eigenaar van een eenmanszaak. Wie ondernemer is voor de inkomstenbelasting, aan het urencriterium voldoet en aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, kan volgens de Belastingdienst aanspraak maken op €1.200 zelfstandigenaftrek in 2026. Andere ondernemersfaciliteiten en persoonlijke omstandigheden kunnen de vergelijking verder verschuiven.
Bij een bv wordt het loon van de directeur-grootaandeelhouder privé als loon belast en als kostenpost verwerkt bij de bv. Over de belastbare winst die daarna overblijft, betaalt de bv vennootschapsbelasting. De Belastingdienst vermeldt voor 2026 19% tot en met €200.000 en 25,8% daarboven. Daardoor zegt het tarief van de vennootschapsbelasting op zichzelf weinig over wat de eigenaar privé overhoudt.
Winst na vennootschapsbelasting kan in de bv blijven of als dividend worden uitgekeerd. Voor een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang vermeldt de Rijksoverheid voor 2026 in box 2 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven. Winst vasthouden stelt deze privéheffing uit; een latere uitkering of verkoop kan alsnog tot heffing in box 2 leiden. Wie de winst direct nodig heeft om van te leven, heeft weinig aan dat uitstel.
Drie winsten, twee uitkeerstrategieën
Neem drie vereenvoudigde, voorwaardelijke voorbeelden met €45.000, €80.000 en €150.000 jaarwinst vóór beloning voor het werk van de eigenaar. Veronderstel bij de bv het genoemde gebruikelijk loon, geen andere kosten of verliezen en één aandeelhouder zonder ander inkomen in box 2. De bedragen hieronder tonen alleen wat er na loon, vennootschapsbelasting en eventuele box 2-heffing van de resterende bv-winst overblijft. Het nettoloon en de inkomstenbelasting bij een eenmanszaak zijn niet meegerekend.
Bij €45.000 is de veronderstelde winst lager dan het loon in dit voorbeeld. Na betaling van dat loon blijft er geen winst over om als dividend uit te keren; de bv heeft zelfs andere middelen nodig om het verschil te dragen. Een lager gebruikelijk loon kan onder voorwaarden mogelijk zijn, maar vraagt een onderbouwing die bij deze ondernemer past. Als er geen investeerder of groot aansprakelijkheidsrisico speelt, wegen de extra kosten van een bv hier zwaar.
Bij €80.000 blijft na het veronderstelde loon €22.000 winst in de bv over. Bij 19% vennootschapsbelasting resteert €17.820. Als de bv dat hele bedrag uitkeert en het volledig in de eerste box 2-schijf valt, houdt de aandeelhouder van dit dividend ongeveer €13.454 over; het nettoloon komt daar nog bij. Blijft de €17.820 in de bv voor toekomstige uitgaven, dan vervalt de box 2-heffing op dat moment, maar het geld is nog niet privé beschikbaar.
Bij €150.000 resteert onder dezelfde aannames €92.000 winst na loon en €74.520 na vennootschapsbelasting. Dat bedrag kan de bv gebruiken voor groei of een buffer. Keert zij het volledig in hetzelfde jaar aan de enige aandeelhouder uit, dan valt een deel in de hogere box 2-schijf en blijft van het dividend ongeveer €55.894 over. De keuze tussen vasthouden en uitkeren heeft hier zichtbaar meer invloed dan bij het middelste voorbeeld. Geen van deze bedragen is een algemeen fiscaal omslagpunt: een ander verdedigbaar loon, een fiscale partner of andere kosten veranderen de uitkomst.
Aansprakelijkheid kan de keuze eerder bepalen
Een eigenaar van een eenmanszaak is persoonlijk aansprakelijk voor zakelijke schulden. Een onbetaalde verplichting of schadeclaim kan daardoor het privévermogen raken, ook als de onderneming nog weinig winst maakt. Bij een bv is in beginsel de rechtspersoon aansprakelijk. Dat verschil kan zwaarder wegen dan een beperkte fiscale voorsprong wanneer opdrachten grote bedragen, mogelijke productschade of langdurige verplichtingen meebrengen.
De scheiding tussen bv en privévermogen kent grenzen. Een bestuurder kan in bepaalde omstandigheden persoonlijk aansprakelijk worden; wie privé meetekent voor een lening, neemt bovendien zelf een verplichting op zich. Een eenmanszaak kan risico’s soms beperken met passende contractvoorwaarden en verzekeringen. Voor de vergelijking tellen daarom zowel de mogelijke omvang van een claim als de dekking en uitsluitingen van een verzekering.
Investeerders en verkoop vragen om een andere structuur
Een bv kan meerdere aandeelhouders hebben en aandelen uitgeven. Daarmee kan een investeerder mede-eigenaar worden, met rechten op winst en mogelijk zeggenschap. Een eenmanszaak heeft één eigenaar en geen aandelen om aan een investeerder over te dragen. Wie kapitaal wil ophalen in ruil voor eigendom, kan daarom al vóór een hoge winst voor een bv kiezen.
Bij verkoop is het verschil eveneens concreet. De aandelen van een bv kunnen worden overgedragen volgens de toepasselijke afspraken; bij een eenmanszaak gaat het om overdracht van de onderneming en haar bezittingen en verplichtingen. Welke route gunstig is, hangt af van wat de koper wil verwerven, welke contracten meegaan en hoe de overdracht wordt belast. Een eenmanszaak later omzetten in een bv is mogelijk, maar de gekozen manier van omzetting kan fiscale en juridische gevolgen hebben. Zodra een investeerder instapt of een verkoop wordt voorbereid, is persoonlijk advies van een fiscalist en jurist nodig.
Oprichtingskosten en privébehoefte maken de afweging compleet
Een eenmanszaak kan de eigenaar zelf bij KVK inschrijven. Voor een bv is een notariële oprichtingsakte nodig; daarnaast horen bij de bv onder meer een jaarrekening en, voor een werkende directeur-grootaandeelhouder, loonadministratie. Die oprichtingskosten en terugkerende verplichtingen drukken vooral wanneer na het loon weinig winst overblijft. Een berekening die alleen de inkomstenbelasting op ondernemingswinst naast de vennootschapsbelasting zet, mist bovendien de belasting op uitgekeerd dividend.
De passende vorm hangt samen met de winst vóór en na een verdedigbaar loon, het bedrag dat de eigenaar privé nodig heeft, de risico’s van de activiteiten en de plannen voor mede-eigenaars of verkoop. Een persoonlijke berekening is nodig wanneer het gebruikelijk loon ter discussie staat, ander inkomen of een fiscale partner meespeelt, of de onderneming over de grens actief is. Ook de waarde van bestaande contracten en bezittingen kan een voorgenomen omzetting ingrijpend veranderen.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


STAK of aandelenopties: controle houden verschuift de belasting niet vanzelf

Thuiswerken over de grens: 25% en 50% betekenen iets anders

Aandelenopties of SAR: eigenaarschap tegenover een toekomstige kasclaim

Winwinlening of Tax Shelter: rente of 30 tot 45% belastingkorting?

Privé-AI sluipt het werk in: slechts 39% kent de bedrijfsregels
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.