Grenswerk op afstand: EU onderzoekt 50% en 75%, belasting blijft apart

|Auteur: Redactie van QUASA|6 min. leestijd
Grenswerk op afstand: EU onderzoekt 50% en 75%, belasting blijft apart

In de parlementaire gedachtewisseling van 12 oktober 2026 in Brussel zei Eurocommissaris Roxana Mînzatu dat de Europese Commissie drie scenario’s voor meer telewerk onderzoekt en noemde zij met de woorden “Whether it's 50%, whether it's 75%” mogelijke aandelen voor grensoverschrijdend werk op afstand. Zij presenteerde geen gekozen grens of nieuwe regeling. De verkenning hangt samen met EU Inc en de modernisering van de Europese coördinatie van sociale zekerheid.

Het verslag van 13 oktober 2026 beschrijft de percentages als onderzochte mogelijkheden en legt uit dat 25% werk in het woonland onder de gewone coördinatieregels een aanwijzing is voor een wezenlijk deel van de werkzaamheden daar. Voor mensen die tussen Nederland en België werken, verandert de verkenning voorlopig niets aan de toepasselijke regels. Sociale zekerheid, loonbelasting en arbeidsrecht vragen elk een afzonderlijke beoordeling.

Wat de onderzochte percentages zouden veranderen

Twee onderzochte telewerkaandelen bij grenswerk tussen België en Nederland.

De vraag van de Commissie is hoeveel tijd een werknemer vanuit het woonland kan werken voor een onderneming in een andere lidstaat zonder dat de socialezekerheidsdekking daardoor op een onwerkbare manier verschuift. EU Inc is een voorgestelde, optionele Europese ondernemingsvorm. Een bedrijf zou daarmee gemakkelijker over de grens kunnen opereren, terwijl een werknemer in een ander land blijft wonen. Juist bij die combinatie worden thuiswerkdagen en de plaats waar sociale premies verschuldigd zijn belangrijk.

De huidige algemene toets kijkt of iemand een wezenlijk deel van het werk in het woonland verricht. De Commissie onderzoekt of ruimere mogelijkheden voor telewerk in een toekomstige regeling passen en welke gevolgen die zouden hebben voor werknemers en lidstaten. De genoemde aandelen zijn daarbij geen vastgestelde grenzen. Evenmin staat vast dat de twee percentages precies overeenkomen met twee van de drie scenario’s die Mînzatu noemde.

Een ruimere mogelijkheid zou vooral verschil maken wanneer iemand een groot deel van de werktijd thuis doorbrengt, maar sociaal verzekerd wil blijven in het land van de werkgever. Daar staat een vraag tegenover die niet met een percentage alleen is op te lossen: welke band met het werkgeversland is nog nodig als het meeste werk in het woonland gebeurt? Lidstaten hebben ook belang bij de verdeling van premieopbrengsten en bij de bescherming van werknemers. Die belangen horen bij de afweging over een eventuele nieuwe regeling.

De bestaande afspraak voor sociale zekerheid

Grens tussen België en Nederland bij de bestaande afspraak voor sociale zekerheid.

Er bestaat al een voorwaardelijke uitzondering voor gebruikelijk grensoverschrijdend telewerk. Volgens de Belgische uitleg van de kaderafspraak kan tussen ondertekenende landen worden aangevraagd dat de werknemer onder de sociale zekerheid van het werkgeversland blijft vallen als het telewerk in het woonland minder dan 50% van de totale werktijd bedraagt en werkgever en werknemer met de aanvraag instemmen. België en Nederland behoren allebei tot de deelnemende landen.

Die afspraak werkt via een individuele aanvraag. Zij geeft geen automatische aanspraak op een bepaald aantal thuiswerkdagen. De woonplaats van de werknemer moet verschillen van het land waar de werkgever is gevestigd, en het moet gaan om telewerk in dat woonland. Een combinatie met werkzaamheden in andere landen, meerdere werkgevers of zelfstandig werk kan een andere beoordeling vergen. De bevoegde instelling stelt vast welke socialezekerheidswetgeving van toepassing is.

Daarom heeft hetzelfde percentage in het debat twee verschillende betekenissen. Binnen de bestaande kaderafspraak markeert het een voorwaarde voor een mogelijke uitzondering. In de verkenning van de Commissie is het een denkbare richting voor toekomstig beleid. Ook wanneer een werknemer aan de voorwaarden van de huidige afspraak voldoet, zegt de uitkomst alleen iets over de sociale zekerheid.

Drie toetsen voor Nederlands-Belgisch grenswerk

Grenswerk tussen België en Nederland leidt tot afzonderlijke toetsen voor sociale zekerheid, loonbelasting en arbeidsrecht.

Voor een werknemer met een werkgever aan de andere kant van de grens zijn woonplaats, vestigingsplaats van de werkgever en de werkelijke plaats van de werkzaamheden de relevante feiten. Daarna splitsen de vragen zich. Een uitkomst over premies kan niet worden overgenomen als antwoord op de vraag waar het loon belast wordt of welke arbeidsrechtelijke bescherming geldt.

  1. Sociale zekerheid — bestaand recht en kaderafspraak: de Europese coördinatieregels bepalen welk land bevoegd is. Bij werk in zowel het woonland als het werkgeversland telt mee of een wezenlijk deel van de werkzaamheden in het woonland plaatsvindt. Voor een passende telewerksituatie kan de huidige kaderafspraak een aanvraag mogelijk maken om in het werkgeversland verzekerd te blijven. De ruimere mogelijkheid die de Commissie onderzoekt heeft nog geen rechtsgevolg.
  2. Loonbelasting — afzonderlijke verdragsvraag: de nationale belastingregels en het belastingverdrag tussen Nederland en België bepalen welk land over het loon mag heffen. Daarbij is van belang waar de werknemer het werk feitelijk verricht en hoe het loon aan die werkzaamheden wordt toegerekend. De uitkomst van een aanvraag voor sociale zekerheid verandert die fiscale toets niet. Hetzelfde thuiswerkpatroon kan daardoor voor premies en loonbelasting verschillend worden behandeld.
  3. Arbeidsrecht — eigen beoordeling: voor de arbeidsverhouding en de bescherming van de werknemer gelden andere regels dan voor sociale premies. De vestigingsplaats van de onderneming of een besluit over socialezekerheidsdekking geeft niet op zichzelf het volledige antwoord. Als iemand structureel vanuit België voor een Nederlandse werkgever werkt, of andersom, blijft dus ook de arbeidsrechtelijke positie afzonderlijk van belang.

Neem als voorwaardelijk voorbeeld een werknemer die in België woont, deels thuiswerkt en voor een Nederlandse werkgever ook in Nederland werkt. Een toegewezen aanvraag onder de kaderafspraak kan betekenen dat de Nederlandse sociale zekerheid van toepassing blijft. Voor het loon blijven de werkelijk in beide landen gewerkte dagen en de belastingregels relevant; voor de arbeidsverhouding moet apart worden vastgesteld welke bescherming geldt. Zonder de overige omstandigheden levert dit voorbeeld geen definitieve fiscale of arbeidsrechtelijke uitkomst op.

Wat er nu op tafel ligt

EU Inc is al als ondernemingsrechtelijk voorstel gepresenteerd, maar over een ruimere grens voor telewerk ligt nog geen gekozen percentage of ingangsdatum. De Commissie onderzoekt de gevolgen voor de coördinatie van sociale zekerheid en moet daarbij rekening houden met de lidstaten en de positie van werknemers. Pas bij een concreet voorstel wordt duidelijk voor welke arbeidsrelaties een eventuele uitbreiding zou gelden en welke voorwaarden eraan verbonden worden.

Voor Nederlands-Belgische werknemers en werkgevers is vooral dat onderscheid direct merkbaar: een bestaande, aangevraagde uitzondering kan nu al gevolgen hebben voor de socialezekerheidsdekking, terwijl de onderzochte uitbreiding nog geen grondslag biedt voor een ander werkpatroon. Zelfs als later meer telewerk binnen de sociale zekerheid mogelijk wordt, zal de verdeling van de loonbelasting een eigen vraag blijven.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0