
Thuiswerken over de grens: 25% en 50% betekenen iets anders

Woont een werknemer in Nederland en werkt die voor een Belgische werkgever, dan wijst de Belgische uitleg over grensoverschrijdend telewerk vanaf 25% arbeidstijd in de woonstaat in beginsel Nederland aan voor de sociale zekerheid; bij minder dan 50% telewerk kan onder voorwaarden worden aangevraagd om onder de Belgische wetgeving te blijven. Die grenswaarden bepalen waar sociale premies verschuldigd zijn, niet waar het loon wordt belast.
Voor de loonbelasting telt in beginsel waar het werk feitelijk wordt verricht: Nederlandse thuiswerkdagen en Belgische werkdagen worden afzonderlijk beoordeeld. Het belastingverdrag met België kent voor tijdelijk werk een uitzondering bij maximaal 183 verblijfsdagen binnen twaalf maanden, maar alleen als ook aan de voorwaarden over de werkgever en een vaste inrichting is voldaan. Een keuze voor Belgische sociale zekerheid verplaatst het heffingsrecht over Nederlandse thuiswerkdagen dus niet naar België.
Wanneer verandert de sociale zekerheid?
De gewone regel kijkt naar het aandeel van de arbeidstijd in de woonstaat. Werkt iemand uitsluitend voor een werkgever met zetel in België en blijft het Nederlandse aandeel onder 25%, dan blijft in deze situatie België bevoegd. Zodra de werknemer minstens een kwart van de arbeidstijd in Nederland werkt, wijst die regel Nederland aan voor de sociale zekerheid.
Voor grensoverschrijdend telewerk bestaat een afzonderlijke afwijking. Werknemer en werkgever kunnen samen verzoeken om de Belgische wetgeving toe te passen wanneer de werknemer minder dan de helft van de totale arbeidstijd vanuit Nederland telewerkt en de rest in België werkt. De Belgische werkgever dient daarvoor een aanvraag in bij de bevoegde Belgische instantie; een passend werkrooster is op zichzelf geen goedgekeurde afwijking.
Precies de helft thuiswerken is een scherp grensgeval: dat is niet minder dan de helft. De specifieke telewerkafwijking valt dan buiten bereik. Bij meerdere werkgevers, ander werk in de woonstaat of werkzaamheden in een derde land kan de aanwijzing anders uitpakken dan in de eenvoudige situatie hierboven.
Hoe wordt het loon verdeeld voor de belasting?
Bij een Nederlandse inwoner met een Belgische werkgever valt het loon voor werk dat thuis in Nederland is verricht in beginsel onder het Nederlandse heffingsrecht. Over het loon voor werk dat fysiek in België is verricht, mag België in beginsel belasting heffen. Daardoor kan de werknemer in beide landen aangifte moeten doen; het verdrag regelt hoe dubbele belasting wordt voorkomen.
De uitzondering voor tijdelijk werk is geen vrijstelling zodra het aandeel thuiswerk een bepaald percentage bereikt. Zij vereist onder meer dat de werkgever niet in het tijdelijke werkland is gevestigd en dat het loon daar niet ten laste komt van een vaste inrichting. In het voorbeeld met een Belgische werkgever blijft België daarom in beginsel bevoegd om Belgische werkdagen te belasten, ook wanneer de werknemer er relatief weinig werkt. Voor de dagengrens bij tijdelijk werk tellen bovendien verblijfsdagen in het werkland mee, waaronder weekenden en feestdagen waarop de werknemer daar verblijft.
Wat betekent de thuiswerkplek voor de werkgever?
Voor de Belgische onderneming is er nog een andere fiscale vraag: vormt de Nederlandse thuiswerkplek een vaste inrichting voor de winstbelasting? De Nederlands-Belgische handreiking voor thuiswerkplekken laat aannemen dat die plek geen vaste inrichting vormt wanneer de werknemer 50% of minder van de arbeidstijd bij deze werkgever thuiswerkt, gemeten over een tijdvak van twaalf maanden dat in het betrokken belastingjaar begint of eindigt. Precies de helft valt hier dus wel binnen de handreiking.
Bij meer thuiswerk ontstaat niet automatisch een vaste inrichting. Dan zijn de feitelijke omstandigheden bepalend: heeft de werknemer een bruikbare werkplek in België, verlangt de werkgever dat het werk vanuit de woning gebeurt en staat die woning daardoor feitelijk ter beschikking van de onderneming? Deze beoordeling gaat over de positie van de werkgever en verandert de verdeling van het werknemersloon tussen de werklanden niet.
Drie rekenvoorbeelden met dezelfde werkgever
De volgende voorbeelden zijn hypothetisch. De werknemer woont en telewerkt in Nederland, heeft één Belgische werkgever en verricht alle overige werkzaamheden op diens locatie in België. Bij honderd even lange werkdagen is het aandeel thuiswerk gelijk aan het aantal Nederlandse thuiswerkdagen. De uitkomsten hieronder veronderstellen dat er geen ander werk of bijzondere verdragsregeling meespeelt.
Twintig dagen thuis in Nederland
- Sociale zekerheid: twintig van de honderd werkdagen vinden plaats in de woonstaat. Dat blijft onder een kwart, zodat in deze situatie de Belgische wetgeving geldt zonder aanvraag voor de telewerkafwijking.
- Belasting werknemer: het loon voor de twintig Nederlandse thuiswerkdagen valt in beginsel onder het Nederlandse heffingsrecht. Voor de tachtig dagen op de Belgische werkplek mag België in beginsel heffen.
- Risico werkgever: de Nederlandse thuiswerkplek valt binnen de praktische handreiking voor de vaste inrichting. Dit aandeel thuiswerk maakt die plek op zichzelf dus niet tot een vaste inrichting van de Belgische onderneming.
Veertig dagen thuis in Nederland
- Sociale zekerheid: de gewone regel wijst nu Nederland aan. België kan bevoegd blijven als werknemer en werkgever aan de voorwaarden voor de telewerkafwijking voldoen en deze aanvragen.
- Belasting werknemer: het loon voor veertig thuiswerkdagen wordt in beginsel aan Nederland toegerekend en dat voor zestig Belgische werkdagen aan België. Een goedgekeurde premieafwijking verandert deze fiscale verdeling niet.
- Risico werkgever: ook bij dit aandeel valt de thuiswerkplek binnen de praktische handreiking. De beoordeling van die plek als mogelijke vaste inrichting staat los van de aanvraag voor sociale zekerheid.
Vijftig dagen thuis in Nederland
- Sociale zekerheid: de gewone regel wijst Nederland aan. Omdat het telewerk precies de helft van de arbeidstijd beslaat, is de specifieke afwijking voor minder dan de helft telewerk hier niet beschikbaar.
- Belasting werknemer: het loon voor de Nederlandse en Belgische werkdagen wordt in beginsel tussen beide werklanden verdeeld. Een gelijke verdeling van werkdagen schept geen afzonderlijke fiscale uitzondering.
- Risico werkgever: precies de helft thuiswerken valt nog binnen de praktische handreiking voor de Nederlandse thuiswerkplek. Bij een hoger aandeel vervalt die zekerheid uit de handreiking en worden de feitelijke omstandigheden van de werkplek bepalend.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


Eenmanszaak of bv: €58.000 loon maakt winst niet de enige grens

Na werktijd onbereikbaar: België verplicht afspraken vanaf 20 werknemers

STAK of aandelenopties: controle houden verschuift de belasting niet vanzelf

Technologie versnelt de fabriek, maar 70% beslist niet mee

Aandelenopties of SAR: eigenaarschap tegenover een toekomstige kasclaim
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.