Thuiswerkvergoeding: €2,45 per dag of €164,21 per maand

|Auteur: Redactie van QUASA|5 min. leestijd
Thuiswerkvergoeding: €2,45 per dag of €164,21 per maand

In Nederland kan een werkgever in 2026 via de gerichte vrijstelling maximaal € 2,45 per thuiswerkdag vergoeden. In België kan een werkgever bij structureel thuiswerk vanaf 1 september 2026 maximaal € 164,21 per maand als belasting- en RSZ-vrije bureauvergoeding toekennen.

De bedragen hebben een andere rekeneenheid: Nederland telt thuiswerkdagen, België hanteert een maandplafond zodra aan de voorwaarden voor regelmatig thuiswerk is voldaan. Beide bedragen geven aan wat onder voorwaarden vrij van heffingen kan worden vergoed. Wat de werknemer ontvangt, hangt daarnaast af van afspraken en eventuele verplichtingen van de werkgever.

Nederland: van thuiswerkdagen naar een jaarbedrag

De Nederlandse dagvrijstelling kan ook gelden wanneer iemand slechts een deel van de werkdag thuiswerkt. Het Handboek Loonheffingen 2026 sluit voor dezelfde werkdag een combinatie uit met de vrijstelling voor reizen naar een vaste werkplek. Een dienstreis die geen woon-werkverkeer is, kan op een gedeeltelijke thuiswerkdag wel naast de thuiswerkvergoeding worden vergoed.

Een jaarbedrag is daarom afhankelijk van het aantal dagen waarop de thuiswerkvrijstelling daadwerkelijk kan worden toegepast. Neem als voorwaardelijk rekenvoorbeeld een vast weekpatroon gedurende 46 weken; in de overige weken worden geen thuiswerkdagen meegeteld. Vermenigvuldig het aantal thuiswerkdagen per week met 46 en daarna met het dagbedrag. Dat geeft:

  • Eén thuiswerkdag per week: 46 dagen en maximaal € 112,70.
  • Twee thuiswerkdagen per week: 92 dagen en maximaal € 225,40.
  • Drie thuiswerkdagen per week: 138 dagen en maximaal € 338,10.
  • Vier thuiswerkdagen per week: 184 dagen en maximaal € 450,80.
  • Vijf thuiswerkdagen per week: 230 dagen en maximaal € 563,50.

Dit zijn uitkomsten voor getelde thuiswerkdagen binnen het gekozen voorbeeld, geen vaste jaarlijkse aanspraken. Verlof, een wisselend rooster of een reis naar de vaste werkplek op een geplande thuiswerkdag kan de uitkomst veranderen. Omgekeerd levert een extra thuiswerkdag alleen ruimte voor een extra onbelaste dagvergoeding op als die dag aan de voorwaarden voldoet.

Voor een vaste maandvergoeding bestaat een andere berekeningswijze. Bij voldoende regelmatige thuiswerkdagen mag de werkgever uitgaan van maximaal 214 werkdagen per jaar, mits aan de naar het werkpatroon aangepaste 128-dageneis is voldaan. Bij twee vaste thuiswerkdagen per week rekent deze methode met 86 dagen per jaar, oftewel € 17,56 per maand. Dat is een ander resultaat dan de € 225,40 voor 92 daadwerkelijk getelde dagen in het voorbeeld hierboven: de methoden gebruiken verschillende uitgangspunten.

België: één maandforfait bij regelmatig thuiswerk

De Belgische bureauvergoeding ziet op kosten van het werk in de privéwoning, zoals het gebruik van de ruimte, klein kantoormateriaal, elektriciteit en verwarming. Zij stijgt niet automatisch met iedere extra thuiswerkdag. De regeling kijkt eerst of iemand structureel en regelmatig een substantieel deel van de arbeidstijd thuis werkt.

De administratieve instructies van de RSZ stellen daarvoor als maatstaf het equivalent van één werkdag per week, ook bij deeltijdwerk. Dat kan bestaan uit twee halve dagen per week, twee uur per dag in een vijfdaagse werkweek of één week per maand. Het maandmaximum bedroeg € 160,99 tot en met augustus 2026 en bedraagt € 164,21 vanaf september. Een lager bedrag is toegestaan; voor deeltijdwerk hoeft het plafond niet verplicht naar evenredigheid te dalen.

Voor iemand die in alle maanden van 2026 aan de voorwaarden voldoet, is het maximale bureauforfait rekenkundig € 1.944,76: acht maanden tegen het eerdere plafond en vier maanden tegen het nieuwe. Twaalf maal het septemberbedrag zou voor dat kalenderjaar dus te hoog uitvallen. Een werknemer die pas later structureel thuis gaat werken, voldoet bovendien niet vanzelf voor de voorafgaande maanden aan de voorwaarde van regelmatig thuiswerk.

Bij één thuiswerkdag per week laat het verschil in methode zich goed zien. Het Nederlandse voorbeeld komt op € 112,70 voor 46 getelde dagen. In België kan datzelfde weekpatroon aan de drempel voor het maandforfait voldoen, waarna het toegestane bedrag van de toepasselijke maand en de gemaakte kostenafspraak tellen. De twee jaaruitkomsten zijn daardoor geen bedragen waarop dezelfde werknemer zonder meer aanspraak kan maken.

Internet en eigen apparatuur zijn afzonderlijke kosten

Naast het Belgische bureauforfait kan een werkgever onder de daarvoor geldende voorwaarden maximaal € 20 per maand vergoeden voor professioneel gebruik van een privé-internetaansluiting en maximaal € 20 voor een privécomputer met randapparatuur. Wie geen privécomputer gebruikt, maar wel een eigen tweede beeldscherm, printer of scanner, kan in plaats van de computervergoeding onder voorwaarden maximaal € 10 per maand voor die apparatuur ontvangen. Die posten dekken andere kosten dan het bureauforfait; ze worden alleen toegevoegd wanneer de werknemer ze maakt en aan de voorwaarden voldoet.

Als iemand het hele jaar rechtmatig de maximale internet- en computervergoeding ontvangt, voegen die twee posten samen € 480 toe aan het berekende Belgische bureauplafond. De voorwaardelijke optelsom voor 2026 wordt dan € 2.424,76. Zij is geen algemeen standaardbedrag voor iedere telewerker. In Nederland vallen noodzakelijke ICT-middelen en verplichte voorzieningen voor veilig werken onder afzonderlijke gerichte vrijstellingen; het dagbedrag is dus evenmin een totaalbudget voor alle benodigdheden thuis.

Wat fiscaal mag en wat de werkgever moet betalen

Een fiscaal of socialezekerheidsvrij maximum bepaalt de behandeling van een vergoeding, niet automatisch de hoogte van de betaling aan een werknemer. In Nederland kunnen een cao, arbeidsovereenkomst of werkgeversregeling de feitelijke thuiswerkvergoeding bepalen. Ook in België mag de werkgever een lager bureauforfait afspreken dan het toegestane maandmaximum. Wie de bedragen vergelijkt, moet dus onderscheid maken tussen de ruimte om onbelast te betalen en de betaling die arbeidsvoorwaarden voorschrijven.

Voor structureel telewerk in de Belgische privésector gelden daarnaast concrete regels voor werkmiddelen en kosten. Volgens de Federale regels voor telewerkers moet de werkgever benodigde apparatuur beschikbaar stellen, installeren en onderhouden en de werkgebonden kosten van verbinding en communicatie dragen. Gebruikt de werknemer eigen apparatuur, dan komen bepaalde kosten van installatie, werking, onderhoud en afschrijving voor rekening van de werkgever. De schriftelijke telewerkafspraak regelt onder meer hoe de kosten van apparatuur worden gedragen.

Bij werk over de grens is het hogere van de twee bedragen geen keuzetarief. Welke loonheffings-, socialezekerheids- en arbeidsregels gelden, hangt af van de concrete arbeidsrelatie en werksituatie. Pas binnen dat toepasselijke kader krijgt het dagbedrag of maandforfait betekenis voor de vergoeding die een werkgever kan toekennen.

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0