AI stuurt al mee bij 42% van EU-bedrijven, maar personeel blijft mensenwerk

|Auteur: Redactie van QUASA|5 min. leestijd
AI stuurt al mee bij 42% van EU-bedrijven, maar personeel blijft mensenwerk

De Europese Commissie publiceerde op 14 oktober 2026 de uitkomsten van Flash Eurobarometer 578: 42% van de bevraagde Europese mkb-bedrijven en midcaps gebruikt al AI of algoritmisch management. Nog eens 21% is van plan zulke systemen in te zetten. Van de bedrijven die AI gebruiken, zegt 90% dat mensen beslissingen nemen; bij 2% zijn besluiten volledig geautomatiseerd, zonder menselijke beoordeling.

Dat verschil is bepalend voor wat werknemers van deze ontwikkeling merken. Een digitaal systeem kan diensten indelen, taken verdelen of prestaties registreren, terwijl een leidinggevende de beslissing over een werknemer neemt. De enquête beschrijft wat bedrijfsvertegenwoordigers zeggen te gebruiken en hoe zij hun besluitvorming inrichten. Ze laat niet zien hoe grondig een leidinggevende elk voorstel in de dagelijkse praktijk beoordeelt.

Wat het gebruikscijfer omvat

Verschil tussen een werkplek met digitale tijdregistratie en een werkplek zonder actieve registratie.

Het cijfer telt AI en algoritmisch management samen. Algoritmisch management is de inzet van digitale systemen om werk te organiseren of besluiten over taken, roosters, prestaties en personeel te ondersteunen. Zo’n systeem kan AI gebruiken, maar ook met eenvoudiger automatisering werken. Het gebruikscijfer is daardoor geen maat voor het aandeel bedrijven dat personeelsbesluiten aan een AI-model overlaat.

Ook de intensiteit verschilt. Sommige werkgevers gebruiken een hulpmiddel op beperkte of experimentele schaal; bij andere maakt het deel uit van meer processen. Een proef met digitale werkindeling heeft voor werknemers een andere reikwijdte dan een systeem dat dagelijks hun activiteiten meet en die gegevens voor beoordelingen gebruikt. De bedrijven die invoering plannen, behoren bovendien niet tot de groep die de technologie al gebruikt.

De telefonische enquête richtte zich op leidinggevenden van particuliere kleinere en middelgrote ondernemingen in de EU. Het Europese gemiddelde omvat daarmee ook antwoorden uit Nederland en België, maar beschrijft geen afzonderlijke Nederlandse of Vlaamse werkplek. Daarvoor zijn het gebruikte systeem, de gegevens die het verwerkt en de rol van de leidinggevende belangrijker dan het gemiddelde voor alle bevraagde bedrijven.

Planning en prestatiemeting hebben een ander effect

Een werknemer registreert de aankomst digitaal en krijgt daarna persoonlijk een taak toegewezen.

Bij het huidige of geplande gebruik noemen bedrijven klantenservice en klantrelaties het vaakst: 47%. Prestatie- en productiviteitscontrole volgt met 36%, terwijl 30% logistiek, planning en personeelsroosters noemt. Deze toepassingspercentages combineren gebruik en voornemens. Ze betekenen dus niet dat al die systemen op de betrokken werkvloeren zijn ingevoerd; een bedrijf kan bovendien meer dan één toepassing noemen.

Een systeem voor roosters beïnvloedt wie op welk moment werkt en welke taken beschikbaar zijn. Dat kan de planning ondersteunen, maar ook gevolgen hebben voor de verdeling van diensten en de mogelijkheid om een rooster te wijzigen. Prestatiemeting raakt een andere kant van het werk: welke handelingen of resultaten worden vastgelegd, hoe ze worden samengevat en of een leidinggevende die samenvatting gebruikt bij een beoordeling.

Voor werknemers loopt de grens tussen beide toepassingen niet altijd gelijk met de naam van het systeem. Gegevens die voor de planning worden verzameld, kunnen ook een beeld van iemands productiviteit geven. De relevante vragen zijn dan welke gegevens worden bewaard, wie ze kan zien en of een werknemer een onjuiste registratie kan laten herstellen. Dat maakt toezicht concreter dan de algemene mededeling dat een werkgever ‘AI gebruikt’.

Bij personeelsbesluiten telt de vorm van menselijke controle

Een werkgever spreekt een sollicitant persoonlijk in een situatie waarin de personeelskeuze bij mensen blijft.

De uitsplitsing van 2EU maakt duidelijk dat menselijke betrokkenheid verschillende vormen heeft. Bij 38% van de bedrijven die AI gebruiken, nemen mensen besluiten zonder AI bij die besluitvorming. Bij 52% doet AI een voorstel waarna mensen beslissen. Bij 7% beslist het systeem eerst en kan een mens het besluit achteraf beoordelen; 2% noemt een volledig geautomatiseerd besluit zonder menselijke beoordeling.

Die verdeling gaat over besluitvorming bij bedrijven die AI gebruiken, niet uitsluitend over aanwerving, promotie of ontslag. Juist bij zulke personeelszaken is terughoudendheid zichtbaar: 49% van de bevraagde bedrijven heeft geen vertrouwen in AI of geautomatiseerde systemen voor besluiten over personeel. Een werkgever kan dus digitale hulp bij de werkverdeling aanvaarden en tegelijk de keuze over iemands loopbaan zelf willen maken.

Een menselijke eindbeslissing vertelt nog niet hoeveel invloed een systeemadvies heeft. Een automatisch opgesteld prestatieoverzicht kan zwaar wegen wanneer een leidinggevende weinig tijd of informatie heeft om de gegevens zelfstandig te beoordelen. Voor werknemers maakt het verschil of zij weten waarop een oordeel berust, een fout kunnen aanwijzen en een mens het besluit werkelijk kan heroverwegen. Voor leidinggevenden betekent controle dat zij een voorstel kunnen onderzoeken en ervan kunnen afwijken.

Wat de cijfers zeggen over de kwaliteit van werk

De analyse van arbeidskwaliteit in het Europese arbeidsmarktrapport behandelt digitale monitoring en algoritmisch management als onderdeel van de organisatie van werk. Zulke systemen kunnen de coördinatie en productiviteit ondersteunen, maar kunnen ook samengaan met meer werkdruk, een hoger tempo en minder autonomie. Dat zijn mogelijke gevolgen voor werknemers, geen uitkomsten die uit de antwoorden van werkgevers in deze Eurobarometer zijn af te leiden.

Het onderscheid tussen beide soorten onderzoek helpt bij de duiding voor Nederland en Vlaanderen. De Eurobarometer laat zien hoeveel bevraagde bedrijven technologie gebruiken en waarvoor zij die inzetten. Onderzoek naar arbeidskwaliteit kijkt naar wat digitale aansturing tijdens het werk kan betekenen. Een rooster dat makkelijker tot stand komt, zegt op zichzelf weinig over de voorspelbaarheid van diensten voor de werknemer; een productiviteitsscore zegt weinig zolang onduidelijk is hoe die bij een beoordeling wordt gebruikt.

Op een werkplek waar planning of prestatiecontrole digitaal verloopt, worden drie vragen daardoor meteen concreet: welke gegevens gaan het systeem in, welk gevolg krijgt de uitkomst en wie kan haar corrigeren? Het antwoord bepaalt of menselijke zeggenschap verder reikt dan het formeel zetten van de laatste stap. Vooral wanneer een registratie doorwerkt in een oordeel over een werknemer, is die ruimte voor correctie van direct belang.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0