Nasdaq-100 of World IT: de ‘bredere’ tech-ETF bevat juist minder IT

|Auteur: Redactie van QUASA|5 min. leestijd
Nasdaq-100 of World IT: de ‘bredere’ tech-ETF bevat juist minder IT

De Nasdaq-100 biedt spreiding over meer bedrijfssectoren, maar minder blootstelling aan IT dan World IT. Het EQQQ-factsheet van Invesco vermeldt per 31 augustus 2026 een IT-aandeel van 58,6%, naast onder meer 13,7% communicatiediensten en 11,1% cyclische consumptie. Het fonds had 103 posities, waarvan de tien grootste samen 46,35% wogen; het VS-aandeel was 97,0% en de lopende kosten bedroegen 0,30% per jaar.

World IT kiest juist uitsluitend IT-bedrijven voor zijn referentie-index, maar verdeelt het geld minder gelijkmatig over afzonderlijke aandelen. Volgens het Xtrackers-factsheet van 31 augustus 2026 telde die index 135 componenten, terwijl de tien grootste posities in de ETF samen 67,79% wogen. Nvidia, Apple en Microsoft namen daarvan 48,30% voor hun rekening. Xtrackers vermeldt directe fysieke replicatie, een all-invergoeding van 0,25% per jaar en herbelegging van inkomsten. De grotere indexlijst levert dus geen gelijkmatigere spreiding over ondernemingen op.

Een beursnotering of een sector bepaalt de selectie

De Nasdaq-100 selecteert grote niet-financiële effecten met een Nasdaq-notering. Daardoor kunnen software- en chipbedrijven naast ondernemingen uit de detailhandel, communicatie en gezondheidszorg staan. Het bekende etiket ‘techindex’ beschrijft hun gezamenlijke beursomgeving beter dan hun formele sectorindeling. Amazon en Tesla vallen bijvoorbeeld onder cyclische consumptie, terwijl Alphabet onder communicatiediensten valt.

De Xtrackers-ETF volgt de MSCI World Information Technology 20/35 Custom Index. Die haalt grote en middelgrote IT-bedrijven uit ontwikkelde markten binnen de MSCI World. ‘World’ beschrijft hier dus het toegestane landenuniversum; het maakt van de selectie geen doorsnede van alle sectoren. De gevolgde index is bovendien een aangepaste variant van de gewone MSCI World Information Technology Index. Bij herweging gelden grenzen voor de grootste ondernemingsgroepen, maar ook binnen die regels kunnen enkele aandelen een groot deel van de index blijven uitmaken.

Meer namen, zwaardere top

Het verschil tussen de aantallen vraagt om zorgvuldigheid. Invesco noemt werkelijk aangehouden fondsposities, terwijl Xtrackers het aantal componenten van de gevolgde index opgeeft. Dat zijn verschillende maatstaven. Het gewicht van de grootste ETF-posities is voor de belegger een directere aanwijzing voor concentratie: koersbewegingen van een kleine groep ondernemingen werken bij World IT zwaarder door in de fondswaarde.

Ook ‘tien grootste posities’ betekent niet noodzakelijk tien verschillende bedrijven. Bij EQQQ komen twee aandelenklassen van Alphabet afzonderlijk in de top voor. Een telling van effecten kan de spreiding over ondernemingen daardoor groter laten lijken. Andersom maakt een index met meer componenten weinig verschil voor het concentratierisico als het extra aantal vooral uit kleine gewichten bestaat. De weging van Nvidia, Apple en Microsoft bij Xtrackers laat zien hoeveel invloed de grootste namen houden, ondanks de regels voor maximale groepsgewichten.

De landenmix en de kosten verschillen

World IT kan IT-bedrijven buiten de Verenigde Staten opnemen, waaronder ASML. Die ruimte is zichtbaar in de portefeuille, maar verandert het Amerikaanse zwaartepunt beperkt. Het portefeuilleprofiel van Morningstar geeft voor Xtrackers per 31 augustus 2026 een VS-gewicht van 90,31% en een technologiegewicht van 99,48%. Dat laatste is een portefeuillemeting; de selectievoorwaarde van de referentie-index blijft dat de opgenomen ondernemingen onder de GICS-indeling tot IT behoren.

Het verschil in opgegeven jaarlijkse fondsvergoedingen is 0,05 procentpunt. Daarbij gebruiken de aanbieders verschillende benamingen: Invesco spreekt van lopende kosten en Xtrackers van een all-invergoeding. EQQQ keert inkomsten uit, terwijl Xtrackers ze herbelegt; dat verandert de samenstelling van de indexen niet. Voor het bedrag dat een belegger uiteindelijk betaalt, tellen naast de fondsvergoeding ook de bied-laatspread en eventuele broker- en valutakosten mee. Die handelskosten staan niet vast in de twee genoemde percentages.

De overlap met een bestaande wereld-ETF

Nvidia, Apple, Microsoft, Micron, AMD en Broadcom overlappen in de EQQQ- en Xtrackers-portefeuilles; World IT selecteert aandelen uit de MSCI World.

Voor iemand die al een ETF op de MSCI World bezit, is de overlap met World IT structureel: de sectorindex kiest zijn ondernemingen uit die brede index. Gemeten naar aanwezige ondernemingen zit de volledige World IT-index dus al in de MSCI World. De portefeuilleweging verandert wel sterk. Met een extra World IT-ETF krijgt de IT-sector, en vooral zijn grootste ondernemingen, meer gewicht binnen de totale beleggingen.

Bij EQQQ is de overlap niet op dezelfde manier volledig ingebouwd, omdat een Nasdaq-notering de toegang bepaalt. Toch staan Nvidia, Apple, Microsoft, Micron, AMD en Broadcom zowel in de grootste EQQQ-posities als in de grootste Xtrackers-posities. Samen vertegenwoordigen die zes effecten, opgeteld uit de EQQQ-wegingen op de genoemde peildatum, 32,89% van EQQQ. Omdat deze ondernemingen ook in de MSCI World zitten, is dat een concrete ondergrens voor de herkenbare overlap met een ETF op die index. Het is geen percentage voor de volledige EQQQ-portefeuille of voor iedere ETF die ‘wereld’ in zijn naam draagt.

Dat onderscheid tussen namen en gewichten is beslissend. Twee fondsen kunnen dezelfde ondernemingen bezitten, maar er heel verschillende bedragen aan toewijzen. De toevoeging van een van deze ETF’s kan daarom sectorspreiding binnen de nieuwe aankoop bieden en tegelijk het bestaande belang in Amerikaanse megabedrijven vergroten. Wie spreiding over onafhankelijke ondernemingsrisico’s zoekt, krijgt met een tweede fondsnaam alleen nog geen tweede verzameling bedrijven.

Historische terugvallen zijn geen gelijkwaardige stresstest

De Nasdaq-100 heeft ondanks zijn sectorvariatie een uitzonderlijk diepe terugval gekend. Een historische analyse van CME Group berekent een daling van 81,76% tussen maart 2000 en augustus 2002. Dat is een uitkomst voor de index in een eerdere marktperiode, geen gemeten maximale terugval van de huidige EQQQ-portefeuille. De aanwezigheid van bedrijven buiten IT nam de sterke afhankelijkheid van grote technologieaandelen destijds niet weg.

Voor de door Xtrackers gevolgde 20/35-index vermeldt de risicotabel van MSCI een maximale historische terugval van 36,39%, van 27 december 2021 tot 14 oktober 2022. Deze indexreeks omvat de Nasdaq-crash aan het begin van deze eeuw niet; bovendien stapte de Xtrackers-ETF pas later over op deze benchmark. De twee maxima zijn daardoor geen vergelijking onder dezelfde marktcondities en voorspellen niet welk fonds een volgende daling beter doorstaat. Ze maken wel duidelijk waarom sectorspreiding, landenmix en concentratie in ondernemingen afzonderlijk moeten worden beoordeeld.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0