Booking.com wil 40% kantoor: de rechter stuurt eerst terug naar overleg

|Auteur: Redactie van QUASA|5 min. leestijd| 1
Booking.com wil 40% kantoor: de rechter stuurt eerst terug naar overleg

Op 6 oktober 2026 noemde de Amsterdamse kantonrechter de door Booking.com gewenste 40% kantooraanwezigheid, ofwel minstens twee dagen per week, redelijk en gaf zij het bedrijf en de ondernemingsraad volgens het zittingsverslag van CHRO eerst een week voor overleg. De rechter heeft daarmee nog geen toestemming gegeven om verplichte kantoordagen in te voeren. Als de partijen geen overeenstemming bereiken, moet zij alsnog uitspraak doen.

Booking.com wil de bestaande aanbeveling voor kantoorbezoek verplicht maken; de ondernemingsraad weigert daarmee in te stemmen. Bij het Amsterdamse hoofdkantoor werken circa 7.000 mensen. OR-voorzitter Andy Warburton zegt over de voorgenomen verplichting in zijn schriftelijke gesprek met ORnet: ‘Aanwezigheid op kantoor is een middel, geen doel’.

Van aanbeveling naar verplichte kantoordagen

Medewerkers komen aan in het hoofdkantoor van Booking.com in Amsterdam, waar een vrijwillige richtlijn mogelijk een verplichte kantoornorm wordt.

Het verschil voor werknemers zit in de afdwingbaarheid. Booking.com moedigt kantoorbezoek al aan, maar de bestaande regeling bindt medewerkers niet. Het voorstel maakt van die richtlijn een minimum waarop individuele medewerkers kunnen worden aangesproken. Volgens het plan spreekt een team een gezamenlijke kantoordag af en kiest de medewerker daarnaast zelf een dag. Die keuzevrijheid binnen de week neemt het bezwaar tegen de verplichting als zodanig niet weg.

Booking.com wil dat collega's elkaar vaker ontmoeten om kennis uit te wisselen, nieuwe medewerkers in te werken en de samenwerking te versterken. Het bedrijf beschouwt het voorstel als een aanscherping van de huidige werkwijze. De ondernemingsraad ziet een zwaardere wijziging: onder de voorgestelde regeling kan aanwezigheid per medewerker worden gecontroleerd en kan herhaaldelijk niet naleven gevolgen hebben. Daardoor gaat het geschil ook over de manier waarop het bedrijf een aanwezigheidsplicht uitvoert.

Voor een medewerker die met collega's in andere landen werkt, levert dezelfde kantoordag bovendien niet vanzelf dezelfde vorm van samenwerking op als voor een team dat samen op locatie werkt. Dat is relevant voor de motivering van een algemene norm: Booking.com moet uitleggen waarom die norm voor zijn organisatie de beoogde verbetering oplevert. De raad kan daar de verschillen tussen teams en functies tegenover zetten.

Waarom de ondernemingsraad instemming weigert

Reizigers op weg naar het Amsterdamse hoofdkantoor van Booking.com verbeelden het extra reizen dat de ondernemingsraad aanvoert.

De ondernemingsraad vindt dat Booking.com de noodzaak van een verplicht minimum onvoldoende heeft onderbouwd. De raad heeft minder ingrijpende alternatieven aangedragen, waaronder een tijdelijke proef met meetbare uitkomsten. Zijn inzet is dat aanwezigheid aansluit bij werkzaamheden waarvoor collega's elkaar op dezelfde plek nodig hebben, zoals het inwerken van medewerkers of gezamenlijke planning. Daarmee betwist de raad vooral de keuze voor één afdwingbare regel voor iedereen.

Ook de gevolgen voor werknemers wegen mee. Extra reizen kost tijd en kan uitgaven voor vervoer, parkeren of opvang verhogen. Voor sommige medewerkers verandert een vaste norm bovendien de ruimte om thuis geconcentreerd te werken of zorgtaken te organiseren. Booking.com benadrukt daartegenover het belang van onderlinge verbondenheid en spontane kennisdeling. In het overleg moeten beide partijen die belangen concreet maken, zodat duidelijk wordt wat de verplichting naar verwachting oplevert en wat zij werknemers kost.

De voorgenomen individuele controle maakt nog een vraag scherp: welke aanwezigheidsgegevens worden verzameld, wie kan ze inzien en waarvoor mogen ze worden gebruikt? Dat is een afzonderlijk onderdeel van de uitvoering, naast het aantal kantoordagen. Zelfs als partijen het eens worden over vaker samenkomen, kunnen afspraken over registratie en mogelijke gevolgen bij afwezigheid nodig blijven.

De opmerking van de rechter beslist het geschil niet

De kantonrechter liet tijdens de zitting blijken dat zij de omvang van het voorgestelde kantoorbezoek op zichzelf redelijk vindt. Haar opdracht om opnieuw te overleggen laat tegelijk zien dat de juridische vraag nog openligt: mag Booking.com de regeling invoeren ondanks de geweigerde instemming van de ondernemingsraad? Een uitspraak daarover is iets anders dan een voorlopige opmerking over wat een gebruikelijke hoeveelheid kantoortijd kan zijn.

Voor de werkgever draait die vraag om de onderbouwing van het bedrijfsbelang en de gekozen vorm van de maatregel. Voor de raad gaat het om de gevolgen voor medewerkers, de controle op naleving en de alternatieven die volgens hem hetzelfde doel met minder ingrijpende middelen kunnen bereiken. De rechter moet die argumenten in deze concrete regeling beoordelen. Werknemers hebben door de opmerkingen ter zitting dus nog geen nieuwe bindende aanwezigheidsplicht gekregen.

De volgorde van de procedure is van belang. Booking.com vroeg de ondernemingsraad om instemming, kreeg die niet en vroeg vervolgens de kantonrechter om vervangende toestemming. De overlegweek bood partijen nog ruimte om zelf afspraken te maken over de norm en de uitvoering. Pas een akkoord of een rechterlijke beslissing kan de nu betwiste stap verder brengen.

Waarom de eerdere ASUS-zaak geen kant-en-klaar antwoord geeft

Bij de rechtbank in Amsterdam blijven de zaak van Booking.com en de eerdere ASUS-zaak afzonderlijke beoordelingen van thuiswerkbeleid.

In de zaak van ASUS Europe oordeelde de Amsterdamse kantonrechter op 3 juni 2025 volgens de toelichting van Rechtbank Amsterdam dat de ondernemingsraad instemmingsrecht had bij een wijziging van het aantal thuiswerkdagen. ASUS kreeg geen vervangende toestemming: de rechter vond de argumenten van het bedrijf voor de wijziging te summier tegenover de bezwaren van de raad. De bestaande regeling bleef daardoor gelden.

Die uitspraak laat zien dat de inhoud van de regeling en de motivering van beide partijen ertoe doen. Zij beslist de zaak van Booking.com niet vooraf. Hier moet de rechter beoordelen wat verandert wanneer een niet-bindende aanbeveling een verplicht minimum wordt, welk belang Booking.com daarmee dient en hoe de bezwaren en alternatieven van zijn eigen ondernemingsraad wegen.

Voor Nederlandse werkgevers en ondernemingsraden ligt de betekenis voorlopig in die afweging, niet in een algemene regel dat kantoorbezoek wel of niet verplicht mag worden. Ook voor Vlaamse teams met hybride afspraken is het onderscheid tussen een advies en een controleerbare verplichting herkenbaar, al volgt hun juridische positie uit andere regels. Als het overleg bij Booking.com geen akkoord oplevert, is de volgende beslissende stap de uitspraak over vervangende toestemming.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0