Nederlandse spin-offs halen geld op, maar lopen een jaar achter

|Auteur: Redactie van QUASA|5 min. leestijd| 3
Nederlandse spin-offs halen geld op, maar lopen een jaar achter

Het op 6 oktober 2026 verschenen spin-offrapport van Techleap laat een scheve verhouding zien: academische spin-offs vormen ongeveer 7% van de Nederlandse techstartups, maar haalden in 2025 meer dan een vijfde van al het durfkapitaal voor Nederlandse startups op. Tegelijk blijft de oprichting van nieuwe bedrijven achter bij de groei van de onderzoekspopulatie. Bij de eerste grote financieringsmijlpaal verliest Nederland bovendien tijd tegenover België.

In de berichtgeving van Emerce over de publicatie groeide het aantal onderzoekers tussen 2015 en 2023 met 28%, terwijl er jaarlijks rond de 65 spin-offs ontstonden; die bedrijven haalden in 2025 samen €549 miljoen op. In de internationale vergelijking bereiken Nederlandse biotech- en deeptechspin-offs de eerste miljoenfinanciering later dan hun Belgische tegenhangers. Het rapport belicht daarmee hoeveel bedrijven uit onderzoek ontstaan, hoeveel ervan kapitaal vinden en hoe snel dat gebeurt.

De aanwas blijft achter bij het onderzoek

Een grotere onderzoekspopulatie levert in Nederland niet vanzelf een grotere stroom ondernemingen op. Het verschil gaat over de omzetting van wetenschappelijk werk in schaalbare bedrijven, niet over de hoeveelheid onderzoek zelf. Een onderzoeksresultaat kan ook op andere manieren toepassing vinden; alleen een nieuw bedrijf telt in deze meting als spin-off.

De ontwikkeling is ongelijk verdeeld over vakgebieden. Het aantal nieuwe ondernemingen uit natuurwetenschappen verdrievoudigde sinds 2015, terwijl dat uit gezondheidswetenschappen met 58% daalde. Techniek en landbouw bleven qua oprichtingen stabiel, ondanks groei van hun onderzoekspopulatie. Een landelijk gemiddelde maskeert dus zowel vakgebieden waar meer bedrijven ontstaan als gebieden waar de aanwas terugloopt.

De definitie in de monitor is beperkt tot een schaalbare onderneming die voortkomt uit wetenschappelijke resultaten van een publieke onderzoeksinstelling. Universiteiten, universitair medische centra en instituten voor toegepast onderzoek kunnen zulke bedrijven voortbrengen. Een onderzoeker die met nieuwe kennis bij een bestaand bedrijf aan de slag gaat, verhoogt de spin-offtelling niet. De stagnerende aanwas is daarmee een specifiek signaal over bedrijfsoprichting, geen totaalcijfer voor de economische waarde van wetenschap.

Ook buiten Nederland groeit het aantal onderzoekers niet in dezelfde verhouding als het aantal bedrijven. Bij ETH Zürich groeide de onderzoekspopulatie in dezelfde periode met 13%, terwijl de oprichting van spin-offs met 68% toenam. Die vergelijking laat zien dat de Nederlandse verhouding geen onvermijdelijke uitkomst van academische groei is. Ze vertelt op zichzelf nog niet welke Nederlandse instelling of discipline meer ondernemingen had kunnen voortbrengen.

Veel durfkapitaal, maar niet voor ieder team

Het opgehaalde jaarbedrag zegt iets anders dan het aandeel ondernemingen dat een financieringsdrempel passeert. Het geld kan zich concentreren in een kleine groep kapitaalintensieve spin-offs, terwijl andere teams nog naar hun eerste grote ronde zoeken. Het grote aandeel van de groep in het nationale durfkapitaal is daarom geen maat voor de financieringskans van een willekeurige academische starter.

Van de gevolgde spin-offs heeft 18% minstens €1 miljoen aan private financiering aangetrokken en 6% minstens €10 miljoen. Onder deeptechspin-offs zijn die aandelen 45% en 19%. In die categorie bereiken ondernemingen beide drempels vaker dan in de totale spin-offgroep. Deze percentages beschrijven bedrijven die sinds 2010 zijn opgericht; het opgehaalde bedrag uit 2025 is een jaarcijfer en meet dus iets anders.

Biotech en deeptech zijn hier technologietypen, geen synoniemen voor iedere academische onderneming. Biotech omvat in de monitor bedrijven die nieuwe geneesmiddelen en therapieën ontwikkelen; deeptech gaat om technische of wetenschappelijke vernieuwingen die voor het eerst in een product worden toegepast. Zulke bedrijven kunnen gespecialiseerde ontwikkeling nodig hebben voordat zij omzet maken. Dat helpt verklaren waarom investeringen voor hen zwaar wegen, maar zegt niets over de financieringskans van elk afzonderlijk onderzoeksteam.

Voor financieringsmijlpalen telt de monitor meerdere categorieën private investeringsrondes mee, waaronder investeringen door informele beleggers, converteerbare financiering en verschillende fasen van durfkapitaal. Dat is breder dan een aandelenronde van een durfkapitaalfonds. Subsidies en beursgangen vallen buiten het genoemde jaarlijkse durfkapitaalbedrag. De totale kapitaalstroom en de route van afzonderlijke jonge bedrijven moeten daarom apart worden beoordeeld.

De eerste miljoen komt in België eerder

Volgens de interactieve Academic Venture Monitor, die 1.033 Nederlandse spin-offs volgt die sinds 2010 zijn opgericht, bereiken Nederlandse biotech- en deeptechspin-offs de grens van €1 miljoen mediaan acht tot dertien maanden, ongeveer een jaar, later dan Belgische tegenhangers. De internationale snelheidsvergelijking kijkt naar ondernemingen uit de oprichtingsjaren 2010 tot en met 2021 die deze grens binnen vijf jaar halen. De achterstand betreft dus specifieke technologietypen en de bedrijven die de financieringsgrens daadwerkelijk bereiken.

De Nederlandse biotechgroep komt op een mediane tijd van 21 maanden en een aandeel van 21% dat de grens binnen vijf jaar bereikt. Voor deeptech zijn dat 32 maanden en 30%; voor de overige spin-offs 38 maanden en 4%. Biotechbedrijven die financiering vinden, doen dat in deze vergelijking sneller dan deeptechbedrijven. Toch bereikt een kleiner deel van de biotechgroep de mijlpaal: het tempo van succesvolle bedrijven en het aandeel dat slaagt, vertellen verschillende delen van het verhaal.

De mediane wachttijd is berekend onder ondernemingen die het bedrag binnen de meetperiode ophalen. Zij omvat niet de teams die die financiering nooit krijgen. Bovendien berust de internationale vergelijking op bedrijven die Dealroom als spin-out heeft gelabeld, terwijl de nationale Nederlandse telling mede op gegevens van kennisinstellingen rust. De landenpositie is daardoor het best te lezen per technologietype en meetperiode, niet als een ranglijst voor alle denkbare academische bedrijven.

Een verviervoudiging van de impact is in de monitor een ambitie, geen voorspelling op basis van de huidige cijfers. Mogelijke verbeteringen liggen bij de begeleiding van wetenschappelijke oprichters, ervaren ondernemers in teams en duidelijkere procedures voor bedrijfsoprichting. Een volgende meting kan laten zien of er meer spin-offs ontstaan, een groter deel financiering vindt en de wachttijd voor biotech en deeptech korter wordt.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0