
Elke arbeidsmarktregio krijgt een Werkcentrum, maar effect blijft onbewezen

Het kabinet heeft volgens zijn bericht van 12 oktober 2026 een wetsvoorstel voor een Werkcentrum in elke arbeidsmarktregio aan de Tweede Kamer aangeboden; minister Aartsen zei daarbij: “We hebben echt iedereen nodig op de arbeidsmarkt.” UWV, gemeenten, werkgevers, vakbonden en onderwijsinstellingen moeten er samenwerken, zodat mensen met vragen over werk of scholing en bedrijven met personeelsvragen een herkenbare ingang krijgen.
Volgens Gemeente.nu omvat het plan per regio minimaal één fysieke locatie en een digitaal loket, met 1 juli 2027 als beoogde ingangsdatum; voor basisinrichting en bemensing is structureel € 9,5 miljoen per jaar voorzien en voor de bredere regierol van centrumgemeenten € 4,1 miljoen per jaar. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft het doel, maar vraagt om betere onderbouwing van de verwachte effecten en de uitvoerbaarheid. Het wetsvoorstel is ingediend; of de nieuwe toegang daadwerkelijk tot betere plaatsingen leidt, is nog niet aangetoond.
Welke hulp biedt het Werkcentrum?

Het Werkcentrum wordt de gezamenlijke ingang voor informatie en advies over werk, volgende loopbaanstappen, scholing en personeel. Een medewerker kan iemand vervolgens in contact brengen met passende dienstverlening van een publieke of private organisatie. Het loket bundelt dus de toegang, terwijl de deelnemende partijen verantwoordelijk blijven voor hun eigen begeleiding, opleidingen en andere diensten.
- Werkzoekenden kunnen vragen stellen over werk en ondersteuning bij het vinden van een passende baan, waaronder scholing.
- Werkenden kunnen advies vragen over een volgende loopbaanstap, bijscholing of omscholing. Dat geldt ook voor mensen die hun baan dreigen te verliezen.
- Werkgevers kunnen terecht met personeelsvragen en worden zo nodig naar passende regionale dienstverlening geleid.
De vraag van de bezoeker bepaalt welke organisatie verder helpt. Wie ondersteuning van een gemeente of UWV nodig heeft, kan via het Werkcentrum bij die partij uitkomen; wie scholing zoekt, kan naar een aanbieder worden verwezen. Een gesprek aan het loket betekent op zichzelf nog geen toezegging van een opleiding, traject of baan. Bestaande ingangen van gemeenten en UWV blijven daarnaast bereikbaar.
Een fysieke ingang en een digitaal loket

Het voorstel geeft elke arbeidsmarktregio zowel een plek voor persoonlijk contact als een digitale ingang. Nieuwe fysieke locaties komen vaak op plaatsen waar mensen al komen, zoals een bibliotheek of winkelcentrum. Bezoekers moeten er zonder afspraak terechtkunnen. Een regio kan meerdere locaties gebruiken, zodat de bereikbaarheid niet van één balie afhangt.
Het digitale loket moet regionale informatie en advies eveneens bereikbaar maken. Het voorstel beschrijft daarmee een toegang tot dienstverlening, maar belooft geen volledig online traject waarin iemand zelfstandig scholing aanvraagt of een plaatsing regelt. Voor bezoekers is het relevante verschil dat zij digitaal kunnen beginnen, terwijl de passende hulp daarna bij een van de aangesloten organisaties kan liggen.
De gezamenlijke ingang krijgt overal dezelfde herkenbare naam, maar het aanbod achter die ingang kan per regio verschillen. Partners stemmen hun dienstverlening af op de plaatselijke arbeidsmarkt en de beschikbare opleidingsmogelijkheden. Juist daarom is de overdracht van een vraag belangrijk: een herkenbaar loket helpt pas als duidelijk is wie de bezoeker verder kan helpen.
Wie organiseert en betaalt de regionale toegang?
UWV en de centrumgemeente krijgen samen de wettelijke taak om het Werkcentrum in te richten. De centrumgemeente voert daarnaast de regie over de samenwerking. In een Regionaal Beraad moeten gemeenten, UWV, werkgevers- en werknemersorganisaties, onderwijsinstellingen en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven hun plannen en dienstverlening op elkaar afstemmen. Het bestaande regionale Werkbedrijf gaat in dat beraad op.
De structurele financiering voor het Werkcentrum is bedoeld voor de basisinrichting en bemensing van de loketten. Het afzonderlijke budget voor centrumgemeenten hoort bij hun uitgebreidere regierol, waaronder het organiseren van regionaal overleg en een gezamenlijke agenda. Daarmee zijn de kosten van de toegang geregeld, maar niet automatisch die van iedere opleiding of extra vorm van begeleiding waarnaar een bezoeker wordt verwezen.
Het voorstel verruimt ook de samenwerking bij dienstverlening aan werkzoekenden. UWV kan onder voorwaarden ondersteuning inzetten voor mensen die onder de verantwoordelijkheid van een gemeente vallen. Voor mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt krijgt UWV meer ruimte voor aanvullende re-integratie. Bij een verwijzing naar een andere dienstverlener is instemming van de betrokkene nodig voordat noodzakelijke contactgegevens worden gedeeld.
Waarom blijft het effect onzeker?

De kritiek richt zich op de stap van een betere ingang naar betere resultaten. De toelichting bij het voorstel maakte onvoldoende duidelijk welke effecten werkzoekenden, werkenden en werkgevers mogen verwachten. Ook vroeg de adviserende afdeling om aandacht voor de uitvoering door UWV en gemeenten en voor de keuze van deze bestuurlijke vorm. Een toegankelijke balie en nauwere samenwerking kunnen een knelpunt wegnemen, maar laten nog niet zien hoeveel mensen daardoor sneller passend werk vinden.
De regering heeft de toelichting na het advies aangevuld. Zij maakt daarin duidelijk dat de wet zelf geen actieve toeleiding naar werk regelt, maar die kan ondersteunen via Werkcentra en regionale samenwerking. Dat onderscheid begrenst de verwachting: het voorstel verandert vooral hoe mensen dienstverlening vinden en hoe organisaties die op elkaar afstemmen. Het resultaat hangt ook af van de beschikbare begeleiding en van de vraag of een verwijzing bij de juiste partij terechtkomt.
De werking van de maatregelen zal na invoering worden onderzocht. Daarbij telt niet alleen of de toegang herkenbaar en bereikbaar is, maar ook wat er gebeurt nadat een bezoeker is doorverwezen. Zulke uitkomsten zijn nodig om de beoogde verbetering van matches op de arbeidsmarkt te kunnen beoordelen.
Wanneer kan de wet ingaan?
De beoogde start hangt af van de behandeling in het parlement en van verdere uitvoeringsregels. De Tweede Kamer kan de voorgestelde taken, financiering en werkwijze nog wijzigen. Werkcentra die al bestaan, kunnen intussen binnen de huidige afspraken hulp blijven bieden; de indiening van het wetsvoorstel maakt de nieuwe wettelijke inrichting nog niet van kracht.
Na de parlementaire behandeling moet blijken welke regels daadwerkelijk gaan gelden voor de regionale loketten. Vervolgens wordt zichtbaar of de gezamenlijke toegang bezoekers tijdig bij passende ondersteuning brengt. De geplande evaluatie moet uitwijzen of dat ook leidt tot de betere arbeidsmarktuitkomsten waarop het kabinet mikt.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


Een vaardigheden-cv werkt pas als elk talent bewijs krijgt

AI helpt studenten presteren, maar beter leren is niet bewezen

AI stuurt al mee bij 42% van EU-bedrijven, maar personeel blijft mensenwerk

AI-geletterdheid aantonen: een certificaat is niet verplicht

Na werktijd onbereikbaar: België verplicht afspraken vanaf 20 werknemers
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.