
AI is gewenst, maar structureel gebruik zakt in Nederland naar 19%

Berenschots cijferuitwerking van 12 oktober 2026 laat zien dat onder respondenten van Nederlandse organisaties het structurele AI-gebruik volgens beleid en doelstellingen daalde van 27% in 2025 naar 19% in 2026, terwijl ad-hocgebruik steeg van 32% naar 38% en driekwart AI wenselijk vindt, tegenover 65% een jaar eerder. De bereidheid neemt toe, maar minder deelnemers plaatsen AI binnen vaste afspraken en organisatiedoelen.
Het onderzoek gaat over de toepassing van AI bij Nederlandse bedrijven en organisaties. De percentages beschrijven wat deelnemers over hun eigen organisatie opgeven; ze meten niet rechtstreeks hoeveel werkprocessen in heel Nederland zijn veranderd. Juist dat onderscheid is van belang: waardering voor AI en afzonderlijk gebruik zijn andere zaken dan een toepassing die telkens op dezelfde manier wordt ingezet en beoordeeld.
Waarom vaker gebruik samengaat met minder vaste inzet
Een losse toepassing vraagt weinig verandering van een organisatie. Medewerkers kunnen AI gebruiken om tekst te bewerken of een vergadering te transcriberen, voorbeelden die Berenschot bij de huidige inzet noemt. Zo'n hulpmiddel kan nuttig zijn zonder dat is afgesproken in welk proces het thuishoort, welke gegevens erin mogen of wie de uitkomst beoordeelt. De groei van incidenteel gebruik zegt daardoor op zichzelf weinig over de mate waarin AI onderdeel van de bedrijfsvoering is geworden.
Bij structureel gebruik ligt de lat anders: de inzet moet passen bij beleid en doelstellingen. Dat veronderstelt een gekozen taak, een terugkerend moment waarop AI wordt gebruikt en een manier om de uitkomst te controleren. Die organisatorische keuzes kosten meer afstemming dan het openen van een hulpmiddel voor een persoonlijke taak. Het is een plausibele verklaring voor de uiteenlopende bewegingen in de cijfers, geen bewijs dat dezelfde organisaties bestaande toepassingen hebben teruggeschroefd.
Ook een positieve houding kan naast terughoudendheid bij vaste processen bestaan. Wie een concepttekst laat opstellen, kan zelf besluiten wat bruikbaar is. Wanneer een AI-uitkomst een volgende stap in een werkproces bepaalt, worden de kwaliteit van de gegevens, de gevolgen van fouten en de verdeling van verantwoordelijkheid zwaarder. Het verschil zit dus niet alleen in hoe vaak iemand AI gebruikt, maar ook in wat de organisatie met de uitkomst doet.
De kloof verschilt per sector
De landelijke uitkomst verbergt aanzienlijke verschillen. Consultancy.nl schrijft dat meer dan 200 respondenten deelnamen en dat bijna 40% in de dienstverlening AI structureel zegt in te zetten, tegenover 20% in de industrie. Het gaat hier om aandelen binnen afzonderlijke sectoren. Ze laten zien waarom de totale uitkomst niet zonder meer de situatie van iedere organisatie beschrijft.
In hetzelfde verslag staan digitale veiligheid, AI-geletterdheid, de juistheid van uitkomsten, datakwaliteit en de vaardigheden van medewerkers bij de belangrijkste knelpunten. Die voorwaarden spelen verschillend mee per toepassing. Een terugkerende taak met beschikbare gegevens en een duidelijke beoordelaar heeft een andere uitgangspositie dan een proces waarin informatie verspreid staat of een onjuiste uitkomst grote gevolgen heeft. De sectorcijfers geven richting aan die vraag, maar verklaren op zichzelf niet waardoor het verschil is ontstaan.
Een visie is nog geen besluit over uitvoering
De afstand tussen voornemen en uitvoering is ook zichtbaar in wat organisaties over hun visie zeggen. Volgens Financieel Management zegt 83% van de respondenten dat hun organisatie een leidende visie op AI heeft, tegenover 74% in 2025, terwijl AI-analyses nog nauwelijks een rol spelen bij strategische besluiten. Een visie kan dus aanwezig zijn zonder dat al is gekozen welke processen veranderen en wie daarover beslist.
Daar komt de plaats van de IT-afdeling bij. Technische kennis is nodig om systemen te beheren en gegevens bruikbaar te maken, maar een proceseigenaar moet kunnen bepalen welk probleem AI moet oplossen en welke kwaliteit aanvaardbaar is. Als die keuze openblijft, kan IT een hulpmiddel beschikbaar stellen zonder dat het werk eromheen verandert. Het resultaat is veel ruimte voor individueel gebruik en weinig houvast voor herhaalbare toepassing.
Welke voorwaarden vaste toepassing onderscheiden
De cijfers maken vier samenhangende voorwaarden zichtbaar voor de stap van incidenteel gebruik naar inzet binnen beleid en doelstellingen. Ze vormen geen extra gemeten percentages, maar helpen het verschil tussen de twee categorieën concreet te maken:
- Strategie: de organisatie heeft een omschreven doel voor een specifieke taak. Daarmee wordt duidelijk waarom juist dat proces voor AI in aanmerking komt en waaraan een bruikbare uitkomst moet voldoen.
- Eigenaarschap: iemand die verantwoordelijk is voor het proces beslist over de inzet en de beoordeling van resultaten. De IT-afdeling kan de technische uitvoering ondersteunen, maar kan de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor het werk niet alleen dragen.
- Data: de benodigde informatie is beschikbaar en geschikt voor de gekozen taak. Bij versnipperde, verouderde of onbetrouwbare gegevens blijft ook de kwaliteit van herhaalde AI-uitkomsten onzeker.
- Proceskeuze: vastligt wanneer AI wordt ingezet, wat met de uitkomst gebeurt en waar menselijke beoordeling nodig is. Daarmee wordt een reeks individuele opdrachten een herkenbaar onderdeel van het werk.
Deze voorwaarden hangen van elkaar af. Een duidelijke proceskeuze kan bijvoorbeeld blootleggen welke gegevens ontbreken; een eigenaar kan vervolgens bepalen of herstel daarvan voor de beoogde taak nodig is. Zonder zo'n besluit blijft een gedeelde visie gemakkelijk naast losse toepassingen bestaan. Voor organisaties is de daling in structureel gebruik daarmee vooral een signaal over de inrichting van het werk: enthousiasme alleen legt nog geen verantwoordelijkheid, gegevensstroom of kwaliteitscontrole vast.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


Schneider koopt PTC voor $22,6 miljard: industriële software wordt de inzet

AI bespaart tijd, maar 85% van kenniswerkers krijgt juist méér werk

AI-geletterdheid aantonen: een certificaat is niet verplicht

Plausible zelf hosten: gratis software maakt jou verantwoordelijk voor updates

Na werktijd onbereikbaar: België verplicht afspraken vanaf 20 werknemers
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.