Een pitchdeck van 10 slides: bewijs tractie vóór je verhaal mooier wordt

|Auteur: Redactie van QUASA|6 min. leestijd
Een pitchdeck van 10 slides: bewijs tractie vóór je verhaal mooier wordt

Gebruik voor een eerste investeerdersgesprek tien slides die samen één redenering vormen: er is een herkenbaar klantprobleem, je oplossing krijgt aantoonbaar voet aan de grond en extra kapitaal brengt het bedrijf naar een volgende mijlpaal. De Nederlandse gids voor venturecapitaldecks noemt tien tot vijftien slides als gebruikelijke omvang en behandelt onder meer markt, tractie en de vraag naar kapitaal. Tien is hier een compacte redactionele keuze, geen verplichte indeling.

Verzamel eerst het bewijs dat je daadwerkelijk hebt: betalende klanten, terugkerend gebruik, pilots of gesprekken hebben elk een andere bewijskracht. Bouw daarna pas het verhaal en de vormgeving. De KVK-richtlijn voor pitchen adviseert om de presentatie op het publiek af te stemmen en het verhaal met gegevens te onderbouwen. Voor een investeerder moet meteen zichtbaar zijn welke uitspraken gemeten resultaten zijn en welke nog aannames.

Wat verkoop je, aan wie en op welke markt? Slides 1 tot en met 4

De opening geeft de investeerder houvast voordat je de markt en het product uitwerkt. Sequoia’s toelichting op investeerderspresentaties bepleit een vroege, heldere bedrijfsomschrijving en kerngegevens over onder meer de ontwikkelingsfase en tractie. Gebruik die gegevens alleen als je hun betekenis kunt toelichten.

  1. 1. Het bedrijf. Vraag: wat verkoop je, aan wie en hoe ver ben je? Bewijs: één precieze omschrijving van klant en aanbod, plus een kerngegeven met definitie en periode als dat beschikbaar is. Een betaalde opdracht zegt iets anders dan een prototype. Fout: openen met een missie terwijl onduidelijk blijft wat een klant kan kopen.
  2. 2. Het probleem. Vraag: welk terugkerend of kostbaar probleem heeft die klant? Bewijs: concrete klantgesprekken, waargenomen gedrag of een onderbouwde kostenpost; laat ook zien hoe de klant het probleem nu oplost. Fout: de ergernis van de oprichter presenteren alsof die automatisch een koopreden voor de doelgroep is.
  3. 3. De oplossing. Vraag: welke handeling verandert het product voor de klant? Bewijs: een werkende demonstratie, een concrete gebruikssituatie of een afgebakend pilotresultaat. Benoem wat al beschikbaar is en wat nog wordt ontwikkeld. Fout: functies opsommen zonder de relatie met het beschreven probleem te tonen.
  4. 4. De bereikbare markt. Vraag: hoeveel potentiële kopers kun je met dit aanbod en verkoopkanaal bereiken? Bewijs: een afgebakende doelgroep in Nederland, Vlaanderen of beide, met herleidbare aantallen en een verklaarde prijsaanname. Fout: een wereldwijde marktwaarde overnemen zonder te laten zien welk deel voor dit bedrijf bereikbaar is.

Welke vraag is al bewezen? Slides 5 tot en met 7

Hier verbind je klantgedrag met een verdienmodel en een manier om nieuwe klanten te vinden. Kies per maatstaf één definitie en meetperiode. Een grafiek met wisselende definities kan groei suggereren die uit de onderliggende gegevens niet volgt.

  1. 5. Tractie. Vraag: wat doen klanten werkelijk? Bewijs: bijvoorbeeld omzet uit betalende klanten, herhaalaankopen of actief gebruik, telkens met een duidelijke periode en telwijze. Is er nog geen omzet, noem een pilot, intentieverklaring of wachtlijst dan bij de juiste naam en beschrijf wat deelnemers hebben toegezegd of gedaan. Fout: belangstelling en betaalgedrag optellen tot één indrukwekkend klantentotaal.
  2. 6. Verdienmodel. Vraag: wie betaalt waarvoor, en wat blijft er van een verkoop over? Bewijs: de actuele prijs of een gemarkeerde prijsaanname, de contractvorm, directe leveringskosten en een navolgbare berekening van de brutomarge. Bij een product dat nog niet wordt verkocht, is een prijsproef of klantgesprek een aanwijzing, geen gerealiseerde marge. Fout: omzetgroei voorspellen zonder de inkomsten per klant uit te leggen.
  3. 7. Klantenwerving. Vraag: hoe bereik je de volgende klanten en wat vraagt dat aan tijd en geld? Bewijs: de herkomst van bestaande klanten, de stappen van eerste contact tot aankoop en wervingskosten als die betrouwbaar te berekenen zijn. Scheid een eenmalige introductie van een kanaal dat je herhaaldelijk hebt gebruikt. Fout: een verkoopaanpak schaalbaar noemen op basis van één geslaagde kennismaking.

Waarom dit team, en wat maakt de investering mogelijk? Slides 8 tot en met 10

De afsluiting verbindt de positie tegenover alternatieven met uitvoeringskracht en een bedrag. Volgens de uitleg van Business.gov.nl horen het verdienmodel, de financieringsbehoefte, de besteding van het geld en het beoogde voordeel voor de investeerder in een investeerderspitch thuis.

  1. 8. Alternatieven. Vraag: waarom zou een klant zijn huidige aanpak vervangen? Bewijs: de bestaande oplossingen, het besliscriterium van de klant en een aantoonbaar verschil in resultaat, prijs, gebruik of levering. Vergelijk op hetzelfde criterium; een lagere prijs bewijst bijvoorbeeld geen betere werking. Fout: verklaren dat er geen concurrenten zijn terwijl klanten het probleem al op een andere manier oplossen.
  2. 9. Team. Vraag: welke ervaring maakt de volgende mijlpaal uitvoerbaar? Bewijs: de verantwoordelijkheid van iedere sleutelfiguur en relevante kennis van product, markt of verkoop. Een ontbrekende rol mag zichtbaar zijn als die gevolgen heeft voor planning of besteding. Fout: lange biografieën opnemen zonder verband met de grootste uitvoeringsrisico’s.
  3. 10. Financieringsvraag. Vraag: hoeveel geld is nodig, waaraan besteed je het en welke meetbare mijlpaal moet dat opleveren? Bewijs: een concreet bedrag, de belangrijkste kostenposten, de periode die het geld moet overbruggen en een scenario dat aansluit op de eerdere aannames over klanten en omzet. Maak ook duidelijk welke vorm van investering je zoekt en wat je daarover met de investeerder wilt bespreken. Fout: alleen een bedrag noemen of een mijlpaal beloven zonder de berekening erachter.

Wat blijft in het deck, en wat gaat naar de dataroom?

Het deck bevat per onderwerp de conclusie die nodig is voor een vervolggesprek, met genoeg context om haar te begrijpen. Zet de onderliggende gegevens in een geordende dataroom: omzetoverzichten, cohortgegevens, contracten, bronnen voor de marktomvang, de volledige financiële prognose en relevante juridische stukken. Zo kan een investeerder een claim later narekenen zonder dat de presentatie een archief wordt.

Hanteer in beide omgevingen dezelfde definities. Als ‘actieve klant’ in het deck een klant met een betaald contract betekent, moet de bijbehorende telling proefgebruikers uitsluiten. Geef bij vertrouwelijke klantinformatie alleen toegang die voor de fase van het gesprek passend is.

Welke cijfers moeten vóór verzending kloppen?

Een bruikbare cijfercontrole gaat verder dan spelfouten of nette grafieken. De financieringsvraag moet voortkomen uit dezelfde aannames over markt, verkoop en kosten die op de eerdere slides staan.

  • Vermeld bij omzet, klantenaantallen, gebruik en groei steeds de eenheid, definitie en meetperiode. Vergelijk alleen perioden die op dezelfde manier zijn gemeten.
  • Noteer bij externe marktcijfers de oorspronkelijke bron, publicatieperiode, geografie en afbakening. Markeer een eigen berekening of schatting als zodanig.
  • Laat aantallen klanten, prijs, omzetverwachting en directe kosten op elkaar aansluiten. Maak zichtbaar welke uitgaven nodig zijn om de genoemde mijlpaal te bereiken.
  • Controleer de status van iedere pilot, intentieverklaring en betalende klant. Een kleinere, precies omschreven groep maakt duidelijker wat al is bewezen.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0