
Copilot Studio of Microsoft Foundry: beheer en code breken de gelijkstand

Kies Copilot Studio als een interne agent in Microsoft 365 wordt gebruikt en via Power Platform wordt beheerd. Kies Microsoft Foundry Agent Service wanneer een ontwikkelteam eigen agentcode wil onderhouden of de inrichting binnen Azure bepalend is. De Microsoft-vergelijking van bouwmethode, gegevensgrens en beheer laat zien waarom het brede label ‘AI-agentplatform’ voor deze keuze weinig zegt.
Het distributiekanaal beslist niet alleen: beide platforms kunnen een agent buiten hun eigen ontwikkelomgeving aanbieden. Leg daarom eerst vast wie na publicatie eigenaar is, onder welke identiteit de agent gegevens benadert en welk gebruik daadwerkelijk kosten veroorzaakt.
Wie bezit de agent na publicatie?
Copilot Studio past bij een team dat instructies, kennisbronnen, connectors en agentflows in Power Platform wil onderhouden. Makers kunnen wijzigingen aanbrengen zonder de volledige agent als applicatiecode te beheren; ontwikkelaars kunnen bijdragen. Omgevingen, toegangsrechten en wijzigingen hebben ook hier een aangewezen beheerder nodig.
Foundry Agent Service betekent niet dat voor elke agent eigen uitvoercode nodig is. De documentatie over prompt agents en hosted agents onderscheidt configureerbare agents van agents die het team met eigen code en een gekozen framework bouwt. Bij een hosted agent onderhoudt het team de logica; Foundry verzorgt onder meer het beheerde endpoint, de schaling en de agentidentiteit. Eigen code wordt dus pas het doorslaggevende argument als die vrijheid ook voor het vereiste gedrag nodig is.
Dat verschil bepaalt de dagelijkse taakverdeling. Een Power Platform-team kan wijzigingen in een Studio-agent beheren binnen zijn bestaande omgeving. Bij een hosted agent moet een ontwikkelteam de code, releases en fouten in de uitvoering kunnen beoordelen, ook wanneer Foundry de runtime beheert.
Waar komt de agent terecht en welke grens geldt?
Voor medewerkers die via Teams of Microsoft 365 Copilot vragen stellen, sluit Copilot Studio aan op een bestaande Microsoft 365-werkomgeving. Een klantgerichte Studio-agent kan ook via een website of app beschikbaar zijn. Foundry kan eveneens agents naar Microsoft-kanalen publiceren, terwijl een eigen applicatie de agent via een endpoint kan aanroepen. Een Teams-venster of webpagina geeft daarom geen volledig antwoord op de platformkeuze.
Bij een klantportaal telt mee of de agent dezelfde releasecyclus, toegangscontrole en technische eigenaar krijgt als de rest van de applicatie. Voor gevoelige koppelingen moet het team concreet vastleggen waar brongegevens staan, welke identiteit een tool gebruikt en hoe een private API bereikbaar wordt. ‘Binnen Azure’ of ‘binnen Microsoft 365’ is op zichzelf geen beschrijving van de volledige gegevensroute, zeker wanneer externe tools zijn aangesloten.
Wat betekent de afrekening per geslaagde taak?
Voor agents met de Standard harness rekent de tabel met Copilot Credits 2 credits voor een generatief antwoord, 5 voor een agentactie en 13 per 100 acties in een agentflow. Intern gebruik door een medewerker met een passende Microsoft 365 Copilot-licentie kan zonder extra credits vallen als de agent onder diens geauthenticeerde identiteit werkt. Voor agentflows geldt die uitzondering alleen wanneer de agent de flow aanroept; andere triggers worden afgerekend. Een redeneermodel en bepaalde aanvullende diensten kunnen extra kosten meebrengen.
De Amerikaanse prijspagina van Copilot Studio vermeldt 25.000 credits voor 200 dollar per pakket per maand, naast betaling naar verbruik. Pakketten delen capaciteit binnen een tenant, zodat al beschikbare credits de extra uitgave voor één agent kunnen veranderen. De dollarprijs is geen offerte voor Nederland of Vlaanderen.
Foundry rekent bij een prompt agent model- en toolverbruik; bij een hosted agent komt actieve containerrekencapaciteit erbij. Voor de drie voorwaardelijke rekenvoorbeelden hieronder nemen we voor Foundry 2 dollar per miljoen invoertokens, 8 dollar per miljoen uitvoertokens en 0,001 dollar per toolaanroep aan. Dit zijn geen gepubliceerde Foundry-tarieven. Ook verzoekvolumes, slagingspercentages en toegerekende kosten voor aanvullende Azure-diensten zijn aannames. De Studio-berekeningen veronderstellen de Standard harness zonder extra kosten voor redeneermodellen, tenant-graph-grounding of afzonderlijke diensten. Belastingen, wisselkoersen, ontwikkelwerk, klantportaalhosting en bestaande gebruikerslicenties blijven buiten de voorbeelden. Een geslaagde taak is telkens een bruikbaar afgerond verzoek; ook mislukte verzoeken verbruiken in dit model capaciteit.
Interne Microsoft 365-assistent
Stel dat medewerkers maandelijks 1.000 verzoeken doen, waarvan 900 slagen. Elk verzoek levert één generatief antwoord en één afzonderlijke agentactie op. Als alle medewerkers voldoen aan de voorwaarden voor inbegrepen intern gebruik, verbruikt de Studio-agent in dit model geen extra credits. De bestaande Microsoft 365 Copilot-licenties zijn daarmee geen gratis onderdeel van de totale bedrijfskosten.
Zonder die inbegrepen rechten vraagt dezelfde activiteit 1.000 × (2 + 5) = 7.000 credits. Koopt het team hiervoor een nieuw pakket en rekent het de hele uitgave aan deze agent toe, dan is dat 200 dollar per maand, ongeveer 0,22 dollar per geslaagde taak. Een vergelijkbare Foundry prompt agent gebruikt in dit voorbeeld per verzoek 4.000 invoertokens, 500 uitvoertokens en één toolaanroep, plus 40 dollar toegerekende kosten voor aanvullende Azure-diensten. Met de aangenomen tarieven komt dat op 8 + 4 + 1 + 40 = 53 dollar, ongeveer 0,06 dollar per succes. Die vergelijking waardeert het bestaande Microsoft 365-beheer en de ontwikkeltijd voor Foundry niet.
Klantgerichte agent
Stel een maand met 10.000 klantverzoeken, waarvan 8.500 bruikbaar worden afgerond. Per verzoek geeft de Studio-agent twee generatieve antwoorden en voert hij één afzonderlijke agentactie uit. Dat levert 10.000 × (2 × 2 + 5) = 90.000 credits op. Zonder beschikbare tenantcapaciteit zijn vier nieuwe pakketten nodig: 800 dollar per maand, ongeveer 0,09 dollar per geslaagde taak. De ongebruikte credits in het laatste pakket blijven in deze toerekening een kostenpost van de agent.
Voor Foundry veronderstellen we per verzoek 6.000 invoertokens, 1.000 uitvoertokens en twee toolaanroepen, plus 100 dollar per maand voor aanvullende Azure-diensten. De aangenomen kosten zijn 120 + 80 + 20 + 100 = 320 dollar, ongeveer 0,04 dollar per succes. Een ander model, duurdere tools, bestaande Studio-capaciteit of betaling naar verbruik kan die verhouding wijzigen. Voor een klantportaal met eigen code en releasebeheer kan eigenaarschap zwaarder wegen dan dit rekenverschil; een websiteagent die vooral door makers wordt onderhouden kan juist goed bij Studio passen.
Langlopende achtergrondtaak
Stel 500 automatisch gestarte taken per maand, waarvan 400 slagen. Voor Studio veronderstellen we per taak één generatief antwoord, vijf afzonderlijk afgerekende agentacties en 100 acties in een agentflow. Dat is 2 + 25 + 13 = 40 credits per taak, of 20.000 credits per maand. Eén nieuw pakket kost in deze toerekening 200 dollar: 0,50 dollar per geslaagde taak. De flow start automatisch, dus dit voorbeeld gebruikt de uitzondering voor een door een gelicentieerde medewerker aangeroepen flow niet.
Voor een Foundry hosted agent nemen we per taak 20.000 invoertokens, 2.000 uitvoertokens en vijf toolaanroepen aan, plus 60 dollar toegerekende kosten voor actieve containercapaciteit per maand. Dat geeft 20 + 8 + 2,50 + 60 = 90,50 dollar, ongeveer 0,23 dollar per succes. De vaste toerekening vereenvoudigt een variabele werkelijkheid: de capaciteit wordt tijdens actieve sessies verbruikt, zodat taakduur en gelijktijdigheid de uitkomst kunnen veranderen.
Voor langdurig werk telt ook hoe de uitvoering na een onderbreking doorgaat. Bij hosted agents met achtergrondmodus en herstelmogelijkheden zijn voortgang opvragen en werk hervatten afzonderlijke aspecten van de inrichting. Vereist het proces uitsluitend vooraf vastgelegde stappen, dan kan een gewone workflow volstaan. Zijn onderweg open agentbeslissingen nodig, dan bepaalt vooral wie de uitvoering en het herstel beheert welk platform past.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


Zapier of Power Automate: betaal per taak of per gebruiker

Claude Code of GitHub Copilot: je taak bepaalt de winnaar

Een AI-agent beveiligen: promptfilters alleen houden aanvallers niet tegen

Zendesk laat AI HR-verzoeken uitvoeren, maar beheer blijft mensenwerk

GitHub Actions naar Azure: OIDC vervangt het langdurige deploygeheim
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.