Sentry of Datadog: één foutmelding kan twee totaal andere rekeningen geven

|Auteur: Redactie van QUASA|6 min. leestijd
Sentry of Datadog: één foutmelding kan twee totaal andere rekeningen geven

Eén foutmelding kan bij Sentry binnen een verbruiksquotum vallen, terwijl bij Datadog ook de gekozen producten voor hosts, traces of logs de rekening bepalen. De vergelijking van Better Stack zet Sentry Team vanaf 26 dollar per maand met onbeperkte gebruikers tegenover Datadogs tarieven per host en datavolume. Voor diagnose van applicatiecode ligt Sentry voor de hand; voor bewaking van de infrastructuur biedt Datadog meer bereik. Teams die beide taken hebben, kunnen de diensten naast elkaar gebruiken.

Datadog heeft ook afzonderlijke Error Tracking. Volgens de prijsuitleg van Datadog kost dat bij jaarlijkse betaling 25 dollar per maand voor de eerste 50.000 fouten, terwijl Error Tracking voor fouten uit APM-traces en RUM-sessies zonder extra toeslag bij die producten hoort. Een vergelijking van alleen de instapprijzen mist dus zowel de bredere dekking als de mogelijkheid dat foutregistratie al in een gekozen Datadog-product zit.

Begin bij de verantwoordelijkheid, niet bij de prijs

Sentry richt zich op de ontwikkelaar die wil begrijpen welke code faalt en wat aan de fout voorafging. De foutdiagnose van Sentry verbindt onder meer stacktraces, lokale variabelen, gebeurtenissen vóór de fout en releasegegevens aan een probleem. Logs, traces en sessieopnames kunnen extra context geven. Dat is vooral nuttig als de vraag is welke codewijziging of welk verzoek een fout veroorzaakte.

Een platformteam stelt vaak een bredere vraag: welke dienst werd traag, op welke host gebeurde dat en wat laten de operationele logs zien? Datadog kan die signalen binnen één platform verbinden. Die mogelijkheid betekent niet dat een team alle modules moet afnemen. Voor een dienst die uitsluitend applicatiefouten wil groeperen, is afzonderlijke Error Tracking een andere inrichting dan infrastructuurmonitoring met APM, logbeheer en sessieopnames.

De taken overlappen bij applicatiefouten en traces, maar eindigen niet op dezelfde plek. Sentry kan de diagnose in de applicatie verdiepen; Datadog kan ook de omgeving rond de applicatie volgen. Daardoor is ‘welke dienst is goedkoper?’ pas een bruikbare vraag nadat vaststaat welke verantwoordelijkheid de dienst krijgt.

Een fout, meerdere rekeneenheden

Eén applicatiehost maakt het verschil zichtbaar tussen een foutgebeurtenis en afzonderlijk getelde traces en logs.

De officiële prijslijst van Datadog noemt bij jaarlijkse betaling 15 dollar per infrastructuurhost per maand, 31 dollar per APM-host per maand, 0,10 dollar per opgenomen gigabyte aan logs en 1,70 dollar per miljoen geïndexeerde loggebeurtenissen bij vijftien dagen bewaring. Dit zijn verschillende posten: een host met APM en logbeheer kan meer dan één gebruikscategorie raken. De bedragen zijn publieke lijstprijzen in dollars, geen offerte voor een team in Nederland of Vlaanderen.

Voor APM telt de host die traces verstuurt; dat hoeft niet iedere bewaakte infrastructuurhost te zijn. Bij logs zijn opname en indexering eveneens verschillende handelingen. Een team kan veel loggegevens opnemen, maar slechts een selectie doorzoekbaar bewaren. Wie alleen gigabytes noteert, ziet de kosten van geïndexeerde gebeurtenissen niet; wie iedere host als APM-host telt, kan de raming juist opblazen.

Ook binnen applicatiediagnose heeft één storing meer dan één mogelijke teller. Een fout kan herhaaldelijk als gebeurtenis binnenkomen. Een verzoek kan meerdere spans voor tracing opleveren, en een gebruikerssessie kan al dan niet worden opgenomen als replay. Het aantal unieke problemen, het aantal foutgebeurtenissen en het aantal sessieopnames zijn daarom geen uitwisselbare volumes.

Het kostenwerkblad scheidt de signalen

Neem een maand als meetperiode en geef elk signaal een eigen invoerveld. Noteer per product de inbegrepen hoeveelheid, het verwachte gebruik daarboven en de contractvorm. Zo blijft zichtbaar of een hogere raming voortkomt uit meer bewaakte hosts, meer applicatiefouten of een keuze om extra gegevens te bewaren.

  • Hosts: vul infrastructuurhosts en hosts die APM-traces versturen afzonderlijk in. Noteer ook tijdelijke groei, omdat een gemiddeld aantal hosts een piek in gebruik kan verhullen.
  • Fouten: schat foutgebeurtenissen per maand, niet alleen unieke foutmeldingen. Geef aan of Datadog de fouten afzonderlijk ontvangt of via al gekozen APM- of RUM-producten.
  • Logs: houd opgenomen gigabytes, geïndexeerde loggebeurtenissen en bewaartermijn uit elkaar. Een filter dat minder gebeurtenissen indexeert, verandert een andere teller dan een filter vóór opname.
  • Traces: noteer welke diensten traces versturen en hoeveel tracegegevens en spans naar het platform gaan. Het aantal verzoeken alleen beschrijft die belasting niet volledig.
  • Sessies: onderscheid gevolgde sessies van sessies waarvoor een replay wordt opgeslagen. Alleen opnames rond fouten bewaren geeft een ander volume dan alle sessies opnemen.

Maak daarna voor Sentry en Datadog aparte regels voor het basisproduct, aanvullende modules en verbruik buiten inbegrepen quota. Vermenigvuldig een hosttarief uitsluitend met de hosts waarop dat product van toepassing is. Reken een afzonderlijke Datadog-post voor fouttracking niet automatisch boven op fouten die al via APM of RUM worden gevolgd. Bij een gecombineerde inrichting hoort hetzelfde verkeersvolume in beide kolommen als beide diensten het werkelijk ontvangen.

Dit onderscheid maakt ook een vergelijking tussen teams eerlijker. Een kleine hostvloot met veel terugkerende applicatiefouten heeft een ander kostenprofiel dan een grote hostvloot met weinig fouten en omvangrijke logs. Dezelfde foutmelding kan in het eerste profiel vooral het foutenquotum raken en in het tweede slechts één signaal zijn binnen een bredere rekening voor infrastructuur en data.

Drie architecturen, drie soorten rekening

Drie opstellingen tonen fouttracking, infrastructuurmonitoring en een combinatie van Sentry en Datadog.

Alleen fouttracking. Als ontwikkelaars vooral fouten willen groeperen, codecontext nodig hebben en problemen per release willen volgen, past een beperkte Sentry-inrichting bij die taak. Datadogs afzonderlijke Error Tracking is eveneens een kandidaat en moet als eigen product worden doorgerekend. Hosts, volledige logindexering en sessieopnames horen pas in deze raming wanneer ze daadwerkelijk nodig zijn voor de diagnose.

Volledige infrastructuurmonitoring. Als het platformteam hostgedrag, prestaties van diensten, traces en logs gezamenlijk moet onderzoeken, sluit Datadogs bredere aanbod beter aan op de verantwoordelijkheid. De rekening bestaat dan uit de ingeschakelde producten en hun eigen meeteenheden. Fouttracking uit APM of RUM kan inbegrepen zijn, terwijl logbeheer en sessieopnames afzonderlijke kosten kunnen toevoegen.

Beide naast elkaar. Datadog kan de infrastructuur en gedeelde operationele signalen volgen, terwijl Sentry ontwikkelaars helpt fouten in code te onderzoeken. Voor teams die Sentry zelf willen beheren, biedt het project een self-hosted pakket voor kleinschalige implementaties en proefopstellingen. Bij eigen hosting horen capaciteit en beheer in de kostenraming. In een gecombineerde opstelling bepaalt de verdeling van fouten, logs en traces over beide diensten of gegevensstromen bewust dubbel worden betaald.

De passende keuze volgt uit de taak: gerichte foutdiagnose, bewaking van de volledige omgeving of een verdeling tussen ontwikkel- en platformteam. Het werkblad laat vervolgens zien welke gebruikseenheid de rekening stuurt, in plaats van één instapprijs tot winnaar uit te roepen.

Lees ook:

Delen:

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.

0