
n8n of Make: dezelfde seconde, maar 7× verschil in de staart

Kies n8n als je workflows veel stappen hebben of als je de omgeving zelf wilt beheren. Make past beter wanneer je een beheerde dienst wilt en late aflevering van tijdgevoelige webhooks zwaar weegt. In de BenchTruth-meting van 12 oktober 2026 bedroeg de mediaan voor dezelfde webhookworkflow 1,03 seconde bij zelfgehoste n8n en 1,01 seconde bij Make. De p99 was 21,48 tegenover 3,04 seconden: ongeveer zevenmaal zo lang voor de geteste n8n-opstelling, die op een kleine virtuele machine met 1 GB geheugen draaide.
Voor de kosten telt een andere tegenstelling. n8n Cloud rekent per volledige workflowuitvoering, ook als die veel stappen bevat. Make rekent doorgaans per uitgevoerde moduleactie en biedt een gratis abonnement. Een korte workflow met weinig gebruik kan daardoor goedkoop zijn bij Make; bij veel stappen of wisselende aantallen gegevensbundels kan het creditverbruik sneller stijgen. Zelfgehoste n8n voegt serverkosten en beheerwerk toe aan de afweging.
Wat wordt er precies geteld?
De prijspagina van n8n noemt voor Cloud Starter 2.500 uitvoeringen per maand met onbeperkt veel stappen voor €20 per maand bij jaarlijkse facturatie. Pro vermeldt 10.000 uitvoeringen voor €50 per maand onder dezelfde betaalvoorwaarde. Meer stappen binnen één run veranderen de telling voor die run niet; een nieuwe start van de workflow telt opnieuw. Dat maakt het aantal runs de eerste variabele in een kostenraming voor n8n Cloud.
Volgens de prijspagina van Make bevat Free maximaal 1.000 credits per maand en kost Core met 10.000 credits $12 per maand bij maandelijkse betaling. De meeste moduleacties verbruiken één credit. Een module die meerdere gegevensbundels verwerkt, kan vaker worden uitgevoerd dan het aantal getekende modules doet vermoeden; sommige AI-functies hebben bovendien een andere creditprijs. Routers en bepaalde modules voor foutafhandeling zijn uitzonderingen zonder creditverbruik. De bruikbare rekeneenheid is dus het aantal betaalde acties dat werkelijk plaatsvindt.
Drie workflows doorgerekend

Dit zijn eigen, voorwaardelijke berekeningen op basis van de hierboven gelinkte prijzen, gecontroleerd op 29 oktober 2026. Elk scenario beslaat één maand en veronderstelt gewone Make-acties van één credit, zonder extra AI-verbruik. Belastingen, gekoppelde diensten en kosten van een eigen server zijn buiten beschouwing gelaten. De genoemde n8n-prijs is een maandbedrag bij een jaarcontract in euro; de Make-prijs geldt voor maandelijkse betaling in dollar. De bedragen zijn daarom geen rechtstreekse vergelijking in één valuta of met één contractduur.
- Weinig stappen: veronderstel 100 runs met telkens twee betaalde acties. Dat levert 200 Make-credits of 100 n8n-uitvoeringen op. Make past binnen Free voor $0 per maand. n8n Cloud Starter kost onder de genoemde jaarvoorwaarde €20 per maand. De zelfgehoste Community Edition vraagt geen licentievergoeding, maar de server en het beheer zijn hier niet geprijsd.
- Veel stappen: veronderstel 1.000 runs met telkens acht betaalde acties. Make verbruikt 8.000 credits en past binnen Core van $12 per maand; Free is te klein. n8n telt 1.000 uitvoeringen en past binnen Cloud Starter van €20 per maand bij jaarlijkse facturatie. De extra stappen verhogen de n8n-telling in dit voorbeeld niet.
- Wisselende omvang: veronderstel 2.000 runs, waarvan 1.500 twee betaalde acties uitvoeren en 500 er zestien uitvoeren. Make verbruikt dan 1.500 × 2 + 500 × 16 = 11.000 credits. Dat overschrijdt de gekozen Core-bundel van 10.000 credits; een grotere bundel of extra credits zijn nodig, zodat $12 niet het volledige bedrag is. n8n telt 2.000 uitvoeringen en blijft binnen Cloud Starter van €20 per maand bij jaarlijkse facturatie.
De derde berekening laat zien waarom een vast aantal modules op het canvas geen betrouwbare voorspelling van Make-verbruik is. Dezelfde scenario-opzet kan per run meer acties uitvoeren wanneer een route meer gegevensbundels verwerkt. Voor n8n Cloud is in deze voorbeelden vooral het aantal afzonderlijke workflowstarts bepalend. Bij zelfhosting verschuift de vraag van abonnementslimieten naar de capaciteit die nodig is om die runs op te vangen.
Wat leert de webhookmeting over vertraging?

De gemeten tijd liep van het versturen van een webhook tot de ontvangst van een HTTP-actie bij de ontvanger van de test. De workflows hadden dezelfde opbouw en gebruikten geen externe appconnector. De mediaan beschrijft het midden van de afleveringen; de p99 markeert de tijd waarbinnen ongeveer 99 procent van de gemeten afleveringen viel. Bij een proces dat direct antwoord moet geven aan een gebruiker of een strakke timeout heeft, kan juist die uiterste vertraging belangrijker zijn dan de gebruikelijke wachttijd.
De resultaten horen bij twee concrete opstellingen. Make draaide op een betaald abonnement; n8n op een bewust kleine, zelfbeheerde virtuele machine. De steekproeven verschilden aanzienlijk in omvang en alle metingen kwamen uit één geografische omgeving. De langere staart is daarmee geen vaste eigenschap van n8n Cloud of van elke eigen installatie. De beperkte machine kan onder belasting wachtrijen veroorzaken, terwijl een ruimere configuratie een ander resultaat kan geven. Ook een andere netwerkroute of een workflow met externe diensten verandert wat de klok meet.
Zelf hosten: controle met beheerwerk
De productvergelijking van n8n beschrijft de Community Edition als een versie die zonder licentiekosten op een eigen server draait. Make voert scenario’s in zijn cloud uit; een on-premises agent voor zakelijke klanten verplaatst die scenario-uitvoering niet naar hun eigen server. Zelfhosting kan aantrekkelijk zijn wanneer je de omgeving en capaciteit zelf wilt bepalen. Een licentievergoeding van nul is daarbij geen kostprijs van nul.
Een eigen n8n-installatie vraagt rekenkracht, opslag, back-ups, updates, toegangsbeheer en monitoring. De gekozen capaciteit bepaalt mede hoeveel gelijktijdige runs de omgeving kan verwerken voordat wachttijd ontstaat. Een team dat dit beheer al kan uitvoeren, kan zelfhosting anders waarderen dan een maker die ook storingen en onderhoud alleen moet opvangen. n8n Cloud neemt dat platformbeheer over en blijft per uitvoering factureren. Hosting en rekeneenheid zijn dus afzonderlijke keuzes.
Welke keuze past bij jouw gebruik?
Bij een kleine, korte workflow kan Make Free de goedkoopste gepubliceerde instap zijn. Bij veel acties per run wordt het vaste aantal inbegrepen n8n-uitvoeringen interessanter, zolang het totale aantal runs binnen de gekozen bundel blijft. Voor variabele scenario’s is de verdeling van gegevensbundels doorslaggevend: een minderheid van zware runs kan de Make-bundel overschrijden, ook wanneer een doorsnee run kort lijkt.
Neem bij tijdgevoelige webhooks de gemeten staart mee, maar verbind die aan de geteste configuratie. Wie n8n zelf host, bepaalt ook de middelen waarmee pieken moeten worden opgevangen. Wie dat beheer wil uitbesteden, kan zowel Make als n8n Cloud overwegen en vervolgens de eigen verhouding tussen runs en betaalde acties vergelijken.
Lees ook:
Gerelateerde artikelen


Zapier of Make: één workflow kan heel anders worden afgerekend

Playwright of Cypress: WebKit en CI-parallellisatie breken de gelijkstand

n8n of Dify: automatiseer je proces of bouw je een AI-product?

SQLite of PostgreSQL: één schrijver is vaak sneller, tot je opschaalt

Plausible zelf hosten: gratis software maakt jou verantwoordelijk voor updates
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang het laatste nieuws over Web3, AI en crypto rechtstreeks in je inbox.